Drie Europese hopbeuken (Ostrya carpinifolia) aan de Bergleiding

Een Europese hopbeuk is een op jonge leeftijd onopvallende boom. Pas als de boom vruchten gaat dragen en een schilferige ruwe bast krijgt, is de boom makkelijk van andere soorten te onderscheiden. Aan de Bergleidingweg staan drie Europese hopbeuken. Ze zijn in 2020 in het gras geplant. De middelste is duidelijk jonger dan de andere twee.
De boom komt van oorsprong voor in Zuid-Europa en West-Azië, waar die groeit op zonnige, rotsachtige hellingen. Het feit dat de Europese hopbeuk goed gedijt in zulke warme, droge en versteende omstandigheden, maakt de boom erg geschikt als stadsboom. Door de klimaatverandering zijn de boomkwekers op zoek gegaan naar bomen die minder last hebben van warmtestress en droogte. Volgens hen is de Europese hopbeuk de ideale boom voor de toekomst.
De Ostrya carpinifolia is een kleine boom van hooguit 15 meter hoog.

Drie Europese hopbeuken aan de Bergleidingweg aan de kant van nr. 70

De Europese hopbeuk is géén beuk en ook géén hop
Het woord beuk in de naam van de loofboom is misleidend. Hopbeuken maken geen deel uit van de beukenfamilie, maar behoren tot de berkenfamilie. (hetzelfde geldt ook voor de haagbeuk, elzen, hazelaars en natuurlijk de berken). Deze verwantschap is gemakkelijk te herkennen aan de bloeiwijze. Net als bij de berk, hazelaar of haagbeuk is de mannelijke bloeiwijze een hangend katje – een typisch kenmerk van de berkenfamilie.

Het eerste deel van het woord hopbeuk heeft de boom te danken aan de vorm van de vrucht. Deze doet namelijk denken aan de hopbellen die aan de hopplant groeien. Je kunt er echter geen bier mee brouwen.

Vruchten Europese hopbeuk

Weetjes|

  • In het boek ‘Bomenmuseum in de Haagse wijk Wateringse Veld’ las ik dat de Ostrya carpinifolia al in 1724 in Europa gekweekt werd, maar de boom wordt pas de laatste decennia om eerdergenoemde redenen op grotere schaal aangeplant.
  • De Europese hopbeuk en de haagbeuk lijken veel op elkaar. Bij twijfel bieden de verschillen tussen de blaadjes van beide soorten uitkomst. De zijnerven van de blaadjes vertakken zich soms bij de Europese hopbeuk tegen het einde, wat bij de haagbeuk nooit voorkomt; het is maar een weet!
  • De Europese hopbeuk is eenhuizig Dat wil zeggen dat op dezelfde boom zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen groeien.
  • Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ostrya, is afgeleid van het Oudgriekse ‘ostrua’, wat ‘beenachtig’ betekent. De boom kreeg die naam vanwege het harde hout. Carpinifolia kun je vertalen als ‘ met bladeren als van ‘Carpinus’ (haagbeuk).
  • Ötzi en Ostrya carpinifolia
    Ötzi is een ijsmummie van een man die op 19 september 1991 in de Italiaanse Ötzlater Alpen is gevonden. Uit onderzoek bleek dat de man tussen 3365 en 2931 geleefd heeft. In zijn maag-darmstelsel bevonden zich de resten van maaltijden. De vondst van pollen van de Europese hopbeuk (Ostrya carpinifolia), bewijst dat de Europese hopbeuk toen al in dat deel van Europa voorkwam.

De bladeren van de Europese hopbeuk en haagbeuk

E. hopbeuk (vertakkingen aan de zijnerven) Haagbeuk (geen vertakkingen aan de zijnerven

Locatie: Hoek Bergleidingweg / Hexelerweg in Nijverdal aan de kant van nr.70
Coördinaten: 52.35171,6.46857
Bronnen: J. Dotulong, Bomenmuseum in de Haagse wijk Wateringse Veld
Hans van der Stelt, De bomen in Artis en Hortus


Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Prunus ‘Jacqueline’ bij het Shellstation aan de Rijssensestraat 146

Bloeiende blijmakers worden ze wel genoemd, de bloeiende bomen en struiken die in maart en april de lente een vrolijk aanzien geven. Je ziet ze overal in tuinen en in het openbaar groen. Laatst werd ik gewezen op een boom die bij het Shell pompstation aan de Rijssensestraat staat. Je bent er voorbij voordat je er erg in hebt, maar wandelaars raad ik aan om de boom tijdens de bloei eens van dichtbij te bekijken, want het is een boom met een verhaal

Het is een sterk groeiende middelmatig grote boom. Uit donkerroze bloemknoppen komen zachtroze bloemblaadjes. De komvormige bloemen zijn ruim 4 centimeter in diameter. De bloei vindt afhankelijk van standplaats en temperatuur plaats in maart tot half april. Een goede eigenschap van deze sierkers is de prachtige oranje herfstkleur.

Arboretum Kalmthout bezit een uitgebreide collectie Japanse sierkersen. Spontane zaailingen ontspruiten overal in de arboretumtuin door toedoen van vogels die de kersenpitten overal verspreiden.

Eén van die zaailingen viel tuinchef Eddy Avanture in 1992 op door zijn mooie roze bloemen. Het boompje werd overgeplant naar de kwekerij. Na enkele jaren bleek het een bijzonder goede vorm en kreeg de plant een definitieve plek in de tuin. Als eerbetoon aan zijn in 1992 overleden moeder heeft de kers de naam Prunus ‘Jacqueline’ gekregen . De boom is nu bij diverse boomkwekerijen te koop.

Locatie: Bij Shellstation aan de Rijssensestraat 146 Nijverdal
Coördinaten: 52.357141,6.464086
Bron: Facebook Arboretum Kalmthout

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Schietwilgen (Salix alba) aan de Hexelerweg in Nijverdal

Op de grens van de gemeenten Wierden en Hellendoorn waar de Slagsweg overgaat in de Hexelerweg staan aan de linkerkant een aantal Schietwilgen. Voor het huis zijn ze geknot en een paar meter verderop zijn ze uitgegroeid tot bomen. Schietwilgen vragen een vochtige tot natte, voedselrijke grond. Ze staan hier langs het smalle slootje dus op de juiste plaats.

Schietwilg

Je maakt van een schietwilg een knotwilg door de top van een jonge schietwilg op ongeveer 2 meter af te zagen. Op die plaats ontspruiten dan al gauw tientallen takken.
Door dit om de 2 tot 3 jaar te herhalen houd je de boom laag en ontstaat er in de loop der jaren de kenmerkende knot.

Knotwilg

Vroeger gebruikte men de lange stevige en buigzame takken voor allerlei zaken zoals voor het maken van manden, afscheidingen en dergelijke.
Tegenwoordig worden wilgen meestal geknot om dat mensen dat mooi vinden en makkelijk in onderhoud.
De schietwilg groeit al heel lang in Nederland en zijn heel belangrijk voor de biodiversiteit. Veel dieren, met name insecten en ongewervelden vinden er onderdak en voedsel.
De schietwilg is tweehuizig; de mannelijke en vrouwelijke bloemen groeien in de vorm van katjes aan aparte bomen. Deze katjes vormen een bron van nectar en stuifmeel voor heel veel insecten. Sommige vogels waaronder eenden en zoogdieren zoals marterachtigen nestelen erin.

De lancetvormige bladeren met de grootste breedte in het midden

Locatie: Op de grens van de gemeenten Wierden en Hellendoorn waar de Slagsweg overgaat in de Hexelerweg
Coördinaten: 52.340120,6.483398
Bronnen:
Bremer, van den, Arie, 2022 Basisgids Bomen en struiken, KNNV Uitgeverij
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Magnolia ‘Rose Marie’ aan de Rijssensestraat in Nijverdal

Magnolia ‘Rose Marie’ 3 mei 2023

De magnolia is een geliefde boom in Nijverdal. Ze zijn veel in tuinen te vinden, maar ook de gemeente heeft ze op diverse plaatsen aangeplant.
In bomenboeken worden magnolia’s ook wel beverboom genoemd. Met heel veel fantasie kun je inderdaad in de knoppen van de magnolia een staart van een bever herkennen. Ik houd het echter liever bij magnolia.
Op deze site staat ook een beschrijving van de tulpenboom (Liriodendron tulipifera). Deze boom is nauw verwant aan de magnolia. Ze behoren beiden tot de Magnoliaceae.
Om magnolia’s ín het wild’ te zien, moet u naar Midden-Amerika en Oost-Azië. De bomen trokken veelal door hun grote en bijzondere bloemen de aandacht van plantenkwekers. Deze hebben het sortiment met een groot aantal cultivars uitgebreid. De cultivars zijn niet altijd raszuiver en zijn daarom moeilijk te determineren.

De roze met witte bloem staat mooi rechtop.

De magnolia’s die aan de Rijssensestraat tussen de Beltmolenweg en de Schansertweg staan, zijn Magnolia’s ‘Rose Marie’. (Het label met de naam hing nog aan een van de boompjes). Veel magnolia’s bloeien vroeg in het voorjaar. Dat gaat meestal goed, maar bij nachtvorst kunnen de bloemen bevriezen. De boom zelf heeft er overigens weinig nadeel van.
De cultivar Magnolia ‘Rose Marie’ is een laat- en langbloeier. Ze kunnen tot in mei bloeien (± 4 weken later dan de vroege bloeiers) en wel 6 weken bloemen dragen.

Locatie: Rijssensestraat, tussen de Beltmolenweg en de Schansertweg
Coördinaten: 52.36207, 6.46027

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Kooi, Rinny E. en Versteegen, Jos, Bomen in de buurt, Uitgeverij Ginkgo, Leiden
Boomkwekerij Albert Leemreize

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Japanse besappels (Malus toringo ‘Brouwers Beauty’) aan de Schansertweg in Nijverdal

Fietsend op de Holterweg zag ik vanuit mijn rechterooghoek wit bloeiende boompjes in de Schansertweg. Ik had toen niet veel tijd, maar een paar dagen later ben ik toch maar even gaan kijken. Het blijken Malus toringo ‘Brouwers Beauty’ te zijn waarvan de oudsten rond 1960 zijn geplant. Sommige bomen kun je ongezien voorbijlopen maar je moet wel in een heel bijzondere gemoedstoestand verkeren, wil dat begin mei met deze sierappelbomen gebeuren. De Malus toringo ‘Brouwers Beauty’ van plm. 4 à 6 meter hoog zijn een witte weelde door de overvloedige bloesem.

Niet zonder elkaar
Je staat er misschien niet bij stil, maar deze boompjes moeten heel hard werken om deze witte bloemen aan te maken. Daar lijkt een plan achter te zitten. Insecten kunnen daardoor in ieder geval veel makkelijker bloemen onderscheiden dan wanneer alle bloemen groen zouden zijn. In het boek ‘Niet zonder elkaar’ staat dat meer dan de helft van de planten gele of witte bloemen heeft. Een van de factoren die een rol speelt is de aanmaak van pigment. De productie van wit vraagt minder energie dan de aanmaak van bijvoorbeeld anthocyaan (rood, blauw). Ook kun je in het boek lezen dat witte bloemen vooral zweefvliegen en kevers aantrekken.


Appeltjes
In het najaar verschijnen de gele/geeloranje appeltjes ter grootte van een erwt. De appeltjes (als je er een doorsnijdt, zie je namelijk een klokhuis) zijn een lekkernij voor o.a. de pestvogels. Eind november 2016 trok een aantal appeltjes etende pestvogels de aandacht van een grote groep vogelaars. Er werd op de sociale media en zelfs in de krant melding van gemaakt. Bij afwezigheid van (pest)vogels blijven de mini-appels lang aan de bomen hangen.


Hortus Botanicus Leiden
In 2016 herdacht de Hortus het feit dat 150 jaar geleden de Duitse arts Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796-1866) overleed. Hij werkte in Nederlandse dienst tussen 1823 en 1829 op de handelspost in Deshima in Nagasaki, Japan. Hij stuurde van daar bollen, zaden en levende planten naar de Nederlanden. Daarvan staan nu nog zeker vijftien originele exemplaren in de Leidse Hortus.
Daartoe behoorde van 1845 tot in de twintigste eeuw ook de eerste Malus toringo van Nederland. De boom werd uit zaad opgekweekt door Von Siebold, die een kwekerij had in de buurt van Leiden. Een kennis van hem, een zekere Textor, had die zaden meegebracht uit Japan. De gekweekte Malus toringo ‘Brouwers Beauty’ is rond 1975 door de voormalige boomkwekerij Brouwers uit Groenekan op de markt gebracht.

Philipp Franz Balthasar von Siebold (1796-1866

Locatie:
De Malus toringo ’Brouwers Beauty’ staan aan de Schansertweg
Coördinaten: 52.360550780039,6.456838252404

Bronnen:
* Louis Schoonhoven e.a. ‘Niet zonder elkaar’, Uitgeverij Natuurmedia, Amsterdam
* Monumentale bomen
* Hortus Botanicus Leiden


Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Japanse zelkova (Zelkova serrata) aan de Godfried Bomansstraat in Nijverdal


Van zien naar kijken
In 1993 heb ik een bomenwandeling bijgewoond door het Arboretum Poort Bulten in de Lutte onder leiding van Theo Janson Dhr. Janson was docent aan de Middelbare Tuinbouwschool te Fredenksoord en auteur van het boek ‘Stadsbomenboek van Acer tot Zelkova’. Hij liet ons toen ook zelkova’s.zien. Dat was voor mij de eerste keer dat ik bewust de stam, takken en bladeren van een zelkova bekeek. Pas veel later kwam ik erachter dat ik al jarenlang bijna dagelijks op de fiets langs een rij zelkova’s gekomen was…..

Zelkova serrata

De kroon van de zelkova is breed, waaiervormig tot rond. Het eivormig tot langwerpig blad is zachtgroen.

Blad van de Zelkova serrata (Foto Boomkwekerij Ebben)

De herfstkleur is bronsrood tot oranjegeel.

Blad van de Zelkova serrata in herfstkleur (Foto Boomkwekerij Ebben)

De zelkova groeit goed in een verscheidenheid aan grondsoorten, van klei tot zand. De boom prefereert een plek in de volle zon, maar kan ook in halfschaduw overleven. Deze boom is bestand tegen droogte, luchtverontreiniging en ziekten, wat hem een ideale keuze maakt voor stedelijke omgevingen.

De stam van de Zelkova sarrata

De schors van de boom is grijsachtig-bruin van kleur en heeft fijne groeven. Deze boom kan in Nederland een hoogte van 15 meter bereiken. De boom komt van nature voor in Japan, Korea en China. Daar zijn hoogtes van meer dan 25 meter niet ongewoon.

Locatie: Bij de Godfried Bomansstraat 18 in Nijverdagl
Coördinaten: 52.357525105245,6.471517903836
Bronnen:
Zelkova, het hoogtepunt ligt in de herfst
De Zelkova, schijnt geen iep te zijn


Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Moerascipressen (Taxodium distichum)in Groot-Lochter, Nijverdal

Bij de Regge in Groot-Lochter ligt het Mozartpark. Er is destijds een moerassig gebied gecreëerd wat gelegenheid bood om enkele moerascipressen te planten. Zoals de naam al aangeeft, gedijen deze bomen goed op vochtige plaatsen.

Moerascipres in Groot-Lochter

Ze groeien van nature in moerassen in het zuidoosten van de Verenigde Staten. De Britse plantenverzamelaar John Tradescant heeft de boom rond 1640 in Engeland geïntroduceerd. De boom was een bezienswaardigheid; hij verliest namelijk in de winter al zijn naalden. Het werd een gewild object voor de arboreta en boomverzamelaars met buitenplaatsen en landgoederen.

Kale takken van de moerascipres

In het boek ‘Monumentale Bomen In Nederland’ van Gerrit de Graaff e.a. staat beschreven waar de oudste exemplaren te vinden zijn. De moerascipres vraag veel ruimte, want onder ideale omstandigheden kan de boom wel 30 tot 50 meter hoog worden. Door het uitgebreide wortelstelsel is de boom bestand tegen de zwaarste stormen.
Moerascipressen vormen op oudere leeftijd knie- of ademwortels (pneumatoforen) die als bruine stobben boven het wateroppervlak uitsteken. Ze zijn hol, bevatten lucht en men veronderstelt dat ze helpen om de wortels in de drassige grond van de benodigde zuurstof te voorzien.
De moerascipres is een eenhuizige boom. Dit betekent dat op de boom zowel vrouwelijke als mannelijke bloemen voorkomen. Kenmerkend zijn de twee grijze strepen aan de onderkant van de naalden en het feit dat de naalden niet tegenover elkaar staan. De vrouwelijke bloemen kunnen uitgroeien tot een ronde ongesteelde kegel van ± 3 cm groot.

Moerascipres met naalden

Locatie: In het Mozartpark aan de Mozartlaan en de Regge
Coördinaten: 52.35265, 6.48209
Bronnen:
‘Monumentale Bomen In Nederland’ van Gerrit de Graaff e.a., Uitgeverij Boom/Bomenstichting
Bomenstichting

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Chinese slangenbastesdoorn (Acer davidii)

20 biljard mieren
Volgens een nieuwe schatting leven er 20 biljard mieren op aarde. 20.000.000.000.000.000. De onderzoekers schrijven in hun artikel in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift PNAS dat de mieren op aarde meer wegen dan alle zoogdieren en vogels bij elkaar. De auteurs melden in hetzelfde artikel dat er wereldwijd 15.700 mierensoorten voorkomen.
Hoeveel soorten bomen zijn er bekend?
Bij het lezen van het artikel over mieren vroeg ik me af hoeveel soorten bomen er op de aarde voorkomen. Na meer dan twee jaar onderzoek zijn wetenschappers eruit. Het zijn er tot zover bekend 60.065. Dat maakte de Botanic Gardens Conservation International bekend in een paper in het Journal of Sustainable Forestry.

Chinese slangenbastesdoorn (Acer davidii)

Niet gek dus datje bomen aantreft, waarvan je de naam nog nooit gehoord hebt.
Dat was een paar maanden geleden bij mij het geval. Ik zag toen voor het eerst een Chinese slangenbastesdoorn. Hij staat op de hoek Bergleidingweg/ P.C. Stamstraat. Het is een boom met een merkwaarig kronkelig gestreepte bast.

Bast van Chinese slangenbastesdoorn

Hoewel de bast van deze boom van boven naar beneden flink beschadigd is, lijkt de boom veerkrachtig. Dat heeft deze waarschijnlijk te danken aan zijn gunstige standplaats en zijn sterke wortelgestel; de bladeren, takken, en vruchtjes groeien alsof er niets aan de hand is.
De boomsoort behoort tot de groep “Slangenbastesdoorns’. Andere esdoorns in deze groep zijn onder andere Acer capillipes, Acer rufinerve en Acer pensylvanicum.
De boomsoort is genoemd naar de ontdekkerpater Armand David (1826-1900). In 1902 was de soort voor het eerst in Europa te zien.

Locatie: Hoek van de Bergleidingweg en de P.C. Stamstraat in Nijverdal
Coördinaten: 52.352694, 6.478222
Bron: Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Zwarte walnoot (Juglans nigra)

Hoeveel mensen zullen weten dat er een grote zwarte walnoot staat op het grasveldje op de hoek van de Bergleidingweg en de P.C. Stamstraat? Ik moest eraan denken, toen ik de uitspraak van Henri David Thoreau, de Amerikaanse Jac. P. Thijsse, las: ’Het gaat er niet om waar je naar kijkt, het gaat erom wat je ziet.’ Henry David Thoreau, (12 juli 1817 – 6 mei 1862), was een Amerikaans essayist, leraar, sociaal filosoof, natuuronderzoeker en dichter.
Wil je een boom goed zien, dan moet je er dichtbij zijn en ook dan zie je vaak details over het hoofd. Meestal ga ik naar een boom toe. Daarna zoek, kijk en lees ik op het internet en in mijn boeken van alles over de boom en vervolgens ga ik er nog een paar keer naartoe.

De schors van de zwarte walnoot

De zwarte walnoot is een bladverliezende boom die van nature `groeit in het oosten en midden van de Verenigde Staten. Pas na 1629 komt de boom in Europa. Het is een snelgroeiende boom die onder gunstige omstandigheden een hoogte van 20-40 meter kan bereiken. Hij heeft een rechte, donkergrijze, gegroefde stam en heeft weinig last van ziekten en plagen. De zwarte walnoot ontwikkelt zich het best in een voedselrijke goed doorlatende bodem.

Blad van de zwarte walnoot

De geveerde bladeren kunnen wel meer dan 50 cm lang worden. De deelblaadjes zijn van boven donkergroen en kaal, van onderen zijn ze lichter en zacht behaard. De bolvormige vruchten hebben een harde, dikke en ruwe schil. Ze zijn daardoor moeilijk te kraken. De noten zijn eetbaar, maar bederven snel.

In de literatuur wordt vermeld dat er slechts weinig planten onder de zwarte walnoot groeien. Dit wordt veroorzaakt door chemische reacties die door de zwarte walnoot zelf in gang worden gezet. Uiteindelijk ontstaat de chemische verbinding juglon. Juglon remt de kieming, groei overleving en reproductie van andere planten.

Juglon
Zwarte walnoot en weinig ondergroei

Het grasveldje dicht bij de Regge is een prima plek voor deze mooie solitaire boom.

Locatie: Hoek van de Bergleidingweg en de P.C. Stamstraat in Nijverdal
Coördinaten: 52.352683, 6.478215
Bronnen:

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen

Gewone walnoot (Juglans regia) in Nijverdal

In het boek ‘Van Acacia tot Zilverlinde’, de mooiste bomen van Tilburg, schrijft Han van Meegeren over een gewone walnoot die zo dik was, dat er drie mensen nodig waren om hem te omspannen. Zulke dikke walnootbomen staan er niet in onze gemeente. In Nijverdal moeten we ons tevreden stellen met jonge exemplaren. Het voordeel hiervan is dat je de bloemen, bladeren en vruchten van de boom van dichtbij kunt bekijken.

Gewone walnoot aan het voetpad langs de Regge

De gewone walnoot is door de Romeinen in Europa terechtgekomen. De Romeinen en Grieken hadden de walnoten leren waarderen op hun veroveringstochten. De boom groeit van oorsprong in Centraal-Azië en Noord-Iran op warme hellingen in bergachtige streken.
De gewone walnoot voelt zich thuis in ons land. Naast de gewone walnoot zijn er nog diverse ander soorten en cultivars. De zwarte walnoot is daarvan in Nederland het meest aangeplant. Deze boom levert prachtig hout voor allerlei toepassingen, maar de walnoten zijn niet zo lekker.
De gewone walnoot is een langzamer groeier en wordt ± 25 meter hoog. De stam is lichtgrijs. De boom komt het best tot zijn recht op een voedselrijke, kalkrijke en vochtige bodem. Het heldergroene blad is oneven geveerd en zo’n 25 centimeter lang. De deelblaadjes zijn ovaal en hebben een gladde rand.

Blad gewone walnoot

Wanneer je een blad fijnwrijft, ruik je een sterke geur. Deze geur houdt insecten op afstand. Na het verschijnen van het blad komen groene mannelijke katjes en kleinere vrouwelijke bloemen tevoorschijn aan dezelfde boom (éénhuizig). Na de bevruchting nemen de vrouwelijke bloemen enorm in omvang toe om in de nazomer grote, glanzende, op pruimen lijkende vruchten te vormen. Bij de gewone walnoot komen de eerste noten pas na zo’n 10-15 jaar.

Noten aan de gewone walnoot


Het hout van de gewone walnoot is sterk en duurzaam. De meubelindustrie maakt veel gebruik van dit notenhout.

Locatie: Wandelpad langs de Regge, parallel aan de Beethovenlaan in Nijverdal
Coördinaten: 52.35459276978964, 6.480338266125396
Bronnen:
Factsheet Jugla regia
Bomennieuws Herfst 2005 ‘Bomen om op te eten: walnoot en bitternoot

Geplaatst in Bomen, Natuurbericht | Een reactie plaatsen