Gladde iep (Ulmus minor) aan de Nijkerkendijk

Voor het Medisch Centrum aan de Nijkerkendijk staan een aantal mooie bomen. De eerste boom vanaf de Gerard Doustraat is de gladde iep. Het feit dat deze boom hier nog staat, is best bijzonder. Door de iepziekte is de soort in 100 jaar van zeer algemeen erg zeldzaam geworden.  De iepziekte wordt veroorzaakt door een parasitaire schimmel, Ophiostoma ulmi. De schimmel wordt verspreid door iepenspintkevertjes die in het spinthout van de iepen leven. De ziekte groeide in de twintigste eeuw uit tot een ware epidemie.  De boom ,in 1967 geplant, verdient dus onze aandacht.

Voordat de iepziekte vele slachtoffers maakte, stond de gladde iep bekend als een sterke, oer-Hollandse boom die overal aangeplant werd en wel 400 jaar oud kon worden. De gladde iep heeft een paar opvallende kenmerken:

  • Het blad is glanzend, heeft een langwerpige eivorm en is asymmetrisch. De bladvoet is aan de ene kant langer dan aan de andere kant.
  • De bloempjes die in bosjes bij elkaar staan, bloeien enkele weken voordat de bladeren uitlopen.
  • Het overdadige zaad, dat met de wind alle kanten uit waait. Het zaadje zit bovenin de gevleugelde vrucht, tegen de insnijding aan.
  • De iepen worden ook wel olmen genoemd. Die naam is afgeleid van het Latijnse woord Ulmus.

Locatie: Vóór het Medisch Centrum aan de Nijkerkendijk in Nijverdal
Coördinaten: 52.36070441879,6.46598273948
Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Flora van Nederland: Gladde iep

Zuileiken (Quercus robur ‘Fastigiata’) aan de Kerkskstraat in Nijverdal

Het heeft een tijd geduurd voor dat ik zag dat de zogenaamde populieren in de Kerkstraat geen populieren waren, maar zuilvormige zomereiken.
Ik wist dat er van allerlei bomen zuilvormige variëteiten bestonden, maar dat ook van de zomereik het geval was, was mij onbekend.

Nu weet ik beter. Ze bestaan en al heel lang ook. In het boekje ‘Boomen en Heesters in Parken en tuinen’ van H.E Hartogh las ik het volgende: “Alle zuilvormige eiken stammen af van de zogenaamde “Schöne Eiche.” Deze eik groeide rond het jaar 1450 door een toevallige knoppenmutatie zuilvormig op in een bos bij kasteel Babenhausen in Hessen. Van daaruit zijn ze over de hele wereld aangeplant en in 2006 in de Kerkstraat beland. De zuileik is een sterke boom met dicht rechtopstaande vertakkingen die in de loop der jaren 30 meter

Locatie: Kerkstraat in Nijverdal
Coördinaten: 52.360916077783,6.476675843811
Bron: Missouri Botanic Garden

Grootbloemige Chinese kornoelje (Cornus kousa var. chinensis)

Iedereen die nu (eind mei 2021) over de Piet Heinweg fietst om bijvoorbeeld naar het zwembad ‘Het Ravijn’ of naar de sportschool ‘Basic-Fit’ te gaan, zal wellicht gezien hebben dat de bomen langs het spoor opvallende bloemen dragen.

Het zijn de bloemen van de Cornus kousa var.chinensis. De opvallendste delen van de ‘bloem’ zijn de vier gepunte bloembladachtige eerst lichtgroene en later witte schutbladen die de onbeduidende geelgroene, echte bloemen omringen. Deze schutbladen trekken o.a. insecten aan. De insecten zijn nodig om de bloemen te bestuiven. Wanneer de bestuiving is gelukt, zullen er aan het eind van de zomer rozerode vruchten aan de boom te zien zijn.  

De grootbloemige Chinese kornoelje komt hier niet van nature voor. De boom komt uit China en is daar in het begin van de 20e eeuw ontdekt door de ‘plantenverzamelaar Ernest Henry Wilson. Hij heeft duizenden planten geïntroduceerd in Engeland en de Verenigde Staten.

Locatie: Aan de Piet Heinweg in Nijverdal langs het spoor
Coördinaten: 52.36728, 6.45172
Bron: Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij

Rode paardenkastanje (Aesculus x carnea)

Aan de Hexelerweg staan op dit moment (2021-05-25) een paar rode paardenkastanjes in bloei. Deze kastanjes staan er sinds 1997. De rode paardenkastanje is een kruising tussen de witte paardenkastanje en de rode pavia. In het onvolprezen boek ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen’ van Leo Goudzwaard staat dat deze soort mogelijk toevallig is ontstaan in Duitsland omstreeks 1800 en rond 1818 in Frankrijk is gekweekt

Rode paardenkastanje

De boom blijft kleiner dan zijn witte soortgenoot en dat is maar goed ook. Het zou anders dringen worden aan de Hexelerweg.r zijn nog meer verschillen:

  • Hij heeft rozerode bloemen met een geel hartje.
  • De bloemen groeien zelden uit tot kastanjes, maar als dat wel het geval is, zijn de vruchten kleiner en bevat de bolster minder stekels.  
  • Hij bloeit ± 2 weken later
  • Het blad van de rode paardenkastanje mooi glanzend en donkergroen is.
Bloem rode paardenkastanje

Blad rode paardenkastanje

Locatie: Bij Hexelerweg nr.12, Nijverdal
Coördinaten: 52.3521265047358, 6.4680893723656805

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij

Indische sering Natchez (Lagerstroemia ‘Natchez’

Op de hoek van de Rijssensestaat en de Van Alphenstraat staat een boompje met de naam Lagerstroemia ‘Natchez’. Ik neem het je niet kwalijk als je er niet direct een beeld bij hebt. De boom is tot nu toe nog niet veel te zien in Nijverdal.
Als de gemeente echter een boom aanplant, kun je ervan uitgaan dat het een soort is, die zijn waarde elders bewezen heeft. Dat klopt hier ook. De boom staat bekend om zijn prachtige bloei. De bloemen doen denken aan seringen maar dan zonder geur. Daar staat tegenover dat ze in de zomer wekenlang een overvloed aan zuiver witte  bloemen dragen. In de herfst valt de boom op door zijn geel tot oranjerode bladeren. Verder heeft de boom een bijzondere afschilferende kaneelkleurige schors.

De Lagerstroemia is inheems in het zuiden van China. Vanwege zijn opvallende kenmerken hebben de mensen hem overal mee naartoe genomen.
De boom groeit  goed in streken waar het lekker warm is. Maar dat is het niet overal. Dus zijn kwekers bezig geweest om soorten te kweken die aan andere eisen voldoen.

De Lagerstroemia ‘Natchez’ is in Amerika gekweekt. Na een een ontwikkelingstraject van 14 jaar is de boom in 1978 geregistreerd door het Amerikaanse nationale arboretum in Washington. Volgens de beschrijving is deze cultivar* winterhard en resistent tegen veel ziekten.Zijn internationale naam kreeg de boom in 1759. Hij werd toen genoemd naar Magnus von Lagerstroem (1691-1759), Zweedse botanicus, directeur van de Zweedse Oost-Indische Compagnie en vriend van Linnaeus.
‘Natchez’ verwijst naar de Natchez; een Amerikaanse inheemse indianenstam.

* een plant die ontstaan is door ingrijpen van de mens, b.v. door selectíe op één of meer verschillende eigenschappen van de plant.

Locatie: Hoek van de Rijssensestaat en de Van Alphenstraat
Coördinaten: 52.355846, 6.465427

Bronnen:
Boom, B.K., Kleijn, H, ‘Bomen hun vorm en kleur, Amsterdam, H.J.W. Bechts’s Uitgeversmaatschappij
Laferstroemia ‘Natchez’, Missouri Botanical Garden

Sierappel ‘Arie Mauritz’ (Malus hupehensis ‘Arie Mauritz’)

Geen appeltje voor de dorst, maar voor de merel

De gemeente Hellendoorn plant graag bomen aan waar mens en dier plezier aan beleven. Zo zijn er in het in 2020 vernieuwde deel van de Rijssensestraat een paar sierappelboompjes geplaatst met de naam ‘Malus hupehensis ‘Arie Mauritz’’. Het blijkt een interessante boom te zijn.

In mei openen de lichtroze knoppen zich en verschijnen de in eerste instantie rozewitte  maar uiteindelijk zuiverwitte  bloemen. Ze ruiken lekker en ze zijn zowel mooi als overvloedig; een feest dus voor allerlei insecten die zich kunnen laven aan de nectar. In de zomer zorgt de boom voor verkoeling. Tijdens de herfst valt de boom op vanwege zijn kleurige herfstbladeren en glimmende knalrode sierappeltjes. Qua grootte en kleur doen ze denken aan kersen en ook de lange stelen bevestigen dit beeld.

Malus hupehensis komt van nature uit China. ‘Hupehensis’ verwijst naar de Chinese provincie Hupeh. De kweker Jan P. Mauritz heeft  via selectie en veredelingstechnieken de  Malus hupehensis ‘Arie Mauritz’  gekweekt. Deze cultivar is weinig vatbaar voor allerlei ziekten en uit het onderzoek laanbomen van PPO Lisse komt de boom  als de beste sierappel naar voren. Als eerbetoon heeft de boomkweker de boom naar zijn vader genoemd.

Tilia europea ‘Euchlora’ (Krimlinde) aan de Rijssensestraat in Nijverdal

Rond 1990 vond een reconstructie van de Rijssensestraat plaats. Daarbij zijn toen aan beide zijden van die straat vanaf de Noetselerbergweg tot voorbij tuincentrum Odink een groot aantal krimlinden geplant.
Ze staan nu (2020-06-27) in bloei. Prachtig om te zien en prettig voor de bijen. De krimlinden behoren namelijk tot de beste drachtplanten voor de bijen.
De krimlinde kun je herkennen aan de afgeronde smalle kroon (model ‘bijenkorf’) met de overhangende takken en twijgen. Alleen de takken boven in de boom staan omhoog.
De herkomst Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) staat niet vast; waarschijnlijk is het een kruising tussen de Tilia cordata en de zeldzame Tilia dasystyla uit de Krim.
Hij is rond 1860 voor het eerst beschreven en waarschijnlijk vanuit Duitsland (kwekerij Booth’s Flottbeck in Hamburg) op de markt gebracht.
De krimlinde staat bekend als een goede straatboom, De boom komt het best tot zijn recht in een vochthoudende en voedzame grond, maar ook als de omstandigheden niet optimaal zijn, zoals aan de Rijssensestraat, handhaaft hij zich goed.

Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde) aan de Rijssensestraat

Bijzonderheden:

  • Kenmerkend voor de ,Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) zijn de middelgrote bladeren. Ze zijn lang gesteeld en hebben een donkere, glanzend groene bovenkant en bosjes geelwitte tot roestbruine haren in de oksels van de nerfhoeken aan de onderkant.
    Opmerkelijk is de scheef hartvormige bladvoet, de fijn gezaagde bladrand en de toegespitste bladtop. In de herfst worden de bladeren geel van kleur.
  • De bomen bloeien overdadig met 3-7 heldergele, geurige, bloemen in hangende tuiltjes.
    Het opvallende schutblad aan de bloementuil is dun-vliezig, kortgesteeld en bleekgroen. Het schutblad zorgt ervoor dat later in het jaar de zaden langzaam naar beneden dwarrelen, waardoor de wind gelegenheid krijgt de zaden weg te blazen.
Bloempjes Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde)
  • De vruchten zijn viltig behaar, ovaal en niet rond zoals bij sommige andere soorten linden wel het geval is.
  • De krimlinden hebben een zwaar en diepwortelend, breed verspreidend wortelstelsel, omdat de vochtbehoefte van de vele, vrij dunne en zachte bladeren zeer groot is. Door de zware, stevige beworteling is de boom dan ook over het algemeen zeer windvast.
  • Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) worden vaak aangeplant omdat ze minder gevoelig zijn voor bladluis en zwarte roest en dus minder last van ‘druipende, kleverige honingdauw’.
  • Ze worden vaak als herdenkingsbomen gekozen vanwege het feit dat ze symbool staan voor bescherming en verbondenheid van de gemeenschap, rechtvaardigheid en samenwerking.
  • Het komt voor dat er tijdens de bloei bijen en hommels versuft of dood onder de boom liggen. Ik heb al eens gelezen dat ze waarschijnlijk vergiftigd waren. Nu las ik dat de oorzaak gezocht moet worden in een combinatie van factoren. De bomen verspreiden een aanlokkelijke geur en trekken daardoor veel insecten aan. De aanwezigheid van een groot aantal insecten zorgt ervoor dat er in verhouding weinig nectar te halen valt. Daar komt bij dat een lindeboom soms weinig nectar te bieden heeft. De hommels komen daardoor om van de honger.
  • Namen
    In een artikel van Wageningen University & Research vond ik een aantal interessante weetjes over de namen:
    • De geslachtsnaam Tilia is afgeleid van het Griekse woord ‘tilos’ wat vezel betekent en refereert aan de bastvezels van de linde die gebruikt werden om matten, zakken, touw en schoeisel te vlechten.
    • De Nederlandse naam Linde is waarschijnlijk afgeleid van het Noord-Germaanse woord ‘linda’ dat wikkelen of binden betekent en ook een relatie heeft met het bovengenoemde gebruik van de bastvezels van de boom.
    • ‘Euchlora komt uit het Grieks (ευ χλώρος) en betekent goed groen en wijst op de glanzende groene bladeren.
Schutblad en bloempjes in een tuiltje van Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde)

Locatie: Vanaf Noetselerbergweg tot voorbij tuincentrum Odink
Coördinaten: 52.354961293741,6.465596822629

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Tilia; de linde, een duurzame boomsoort, Jan P. Mauritz, Wageningen University & Research

Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) aan de stationsstraat 10 in Nijverdal

In de tuin vóór het gebouw aan de Stationsstraat 10 in Nijverdal staat een prachtige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus).
Het gebouw waarin mensen kwamen en gingen, dateert uit 1882. Toen kreeg de heer H. Spijker namelijk vergunning voor de bouw van een ‘stationskoffiehuis’.
In het boek ‘Anderhalve Eeuw Nijverdal’ is een foto uit 1915 opgenomen, waarop de gewone esdoorn en de Kroningslinde te zien zijn. In vergelijking met deze linde, die in 1898 geplant is ter gelegenheid van de kroning van koningin Wilhemina, is de Acer pseudoplatanus al een forse boom.
Vermoedelijk werd deze rond 1882 door de heer Spijker geplant en nu dus meer dan 130 jaar oud. De Kroningslinde heeft inmiddels het veld geruimd, maar ondergronds, waar hun wortels met elkaar verweven lagen, heeft hij vast zijn koninklijke trots overgedragen aan de gewone esdoorn. Een kleine tuin is thans zijn vorstendom. Groots en in een uitstekende gezondheid trotseert hij asfalt en beton. De gewone esdoorn is letterlijk en figuurlijk een ijzervreter getuige het reclamebord, dat op een klein stukje na onder de schors verdwenen is: onverstoord incorporeert de boom het reclamebord.

Het reclamebord is bijna verdwenen achter de schors (Foto: Marinus Rouweler)

Als men het hem toestaat kan de gewone esdoorn wel 400 jaar oud worden en ook daarna kan hij nog lang de eerste viool blijven spelen. Door de fijne vezel en de zeer lichte kleur wordt het esdoornhout namelijk al eeuwen gebruikt voor muziekinstrumenten, met name voor het achterblad van strijkinstrumenten.

Bijzonderheden:

  • De Aceraceae (esdoorns) behoren tot de Sapindacaefamilie. Het is een groot en vormenrijk geslacht dat uit ongeveer 150 soorten en nog veel meer variëteiten bestaat.
  • Alle esdoorns hebben gemeen dat de bladeren tegenover elkaar staan en de vruchten vleugels hebben die ook tegenover elkaar staan. De hoek die de vleugels maken, is een belangrijk determinatiekenmerk.
  • Het Latijnse Acer betekent ‘scherp’ in het Nederlands. De familie heeft die naam te danken aan het feit dat het in vuur geharde esdoornhout harde en scherpe speren oplevert. Pseudoplatanus kun je uit het Latijn vertalen als nep of fake plataan: De gewone esdoorn lijkt qua afschilferende schors en blad wel op een plataan, maar is het niet. Ze behoren zelfs tot heel verschillende geslachten.
  • De in zijn jeugd snel groeiende ± 25 meter hoge Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) heeft een mooie rechte stam met een brede halfronde en sterkt vertak, kroon.
Stam Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De gewone esdoorn heeft de naam dominant te zijn en de andere bomen te overvleugelen. Daarnaast breidt hij zich door middel van zijn zaden, die alle kanten op waaien, snel uit. Desondanks wordt hij veel aangeplant in tuinen en parken.
Samara’s, gevleugelde vruchten Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) is in de winter goed te herkennen aan zijn grote, gezwollen, glanzende, groengele knoppen.
Knoppen Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto Boomkwekerij Ebben)
  • De opvallende handvormige bladeren met 3 of 5 toegespitste, grof getande lobben zijn van boven donkergroen.
Blad Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto Boomkwekerij Ebben)
  • Als de eerste bladeren volgroeid zijn, verschijnen de geelgroene bloempjes. Ze hangen in vrij lange trosjes naar beneden. Ze vallen de meeste mensen niet op want ze gaan voor een deel verscholen onder het blad. Insecten komen direct op de nectar af en zorgen daarbij voor de bestuiving.
  • De bloemen verdwijnen om plaats te maken voor de nu aan trossen hangende vruchten, die samara’s genoemd worden.
  • In de herfst verkleuren de bladeren van groen naar goudgeel. Vaak zie je dan ook zwarte vlekken op de bladeren. De schimmel Rhytisma acerinum is de schuldige.
  • Onder oudere exemplaren blijkt het verteerde blad in de loop der jaren een uitstekende voedingsbodem te zijn voor allerlei kruidvegetaties.
  • In het programma Vroege Vogels van 2020-07-07 vertelde Elke Wenting dat aaseters zorgen dat allerlei in het slachtoffer opgehoopte waardevolle spoorelement als kobalt, zink en selenium via snelle kringloop verspreid worden. Dieren maar ook planten profiteren daarvan. Als deze spoorelementen naar diepere bodemlagen zouden weglekken zouden ze voor lange tijd niet meer beschikbaar zijn.
    In zijn boek ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen schrijft Leo Goudzwaard dat esdoorns, maar ook linden en iepen mineralen met hun wortels uit diepere lagen naar boven halen.Via de afgevallen bladeren komen de weggelekte spoorelementen weer in de strooisellaag.
    Het is toch heel bijzonder hoe vindingrijk en subtiel de natuur via kringlopen te werk gaat. Daar kunnen wij nog heel veel van leren.

Locatie: Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) aan de stationsstraat 10 in Nijverdal
Coördinaten: 52.364836, 6.470584

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Jan van Rijn, Natuursprokkels, 313
Floron Verspreidingsatlas
Flora van Nederland
Boomkwekerij Ebben

Acer negundo (vederesdoorn) aan de Grotestraat 49 in Nijverdal

In 1988 werd bekend, dat de tot bank verbouwde voormalige dokterswoning aan de Grotestraat moest wijken voor een nieuw ABN-bankgebouw.

De tot bank verbouwde voormalige dokterswoning, rechts staat de vederesdoorn

De Vederesdoorn naast de bank zou dan ook voor de bijl gaan. Via een lobby van o.a. Bomenstichting, IVN Hellendoorn-Nijverdal en overleg tussen de gemeente Hellendoorn en de directeur van de ABN-bank, A. van der Strate, is dat laatste voorkomen. Het nieuwe bankgebouw werd simpelweg een paar decimeter verschoven. Eind 1989 kondigde burgemeester Boer aan dat de vederesdoorn tot in lengte van jaren kon blijven pronken. Dit is geen loze belofte gebleken; de vederesdoorn is, zij het met kunst en stutwerk, nog steeds in volle glorie te bewonderen.
Tegen rukwinden is de soort niet goed bestand. Vandaar waarschijnlijk de scheve stand van de stam. In 1989 was dat al het geval, maar het is in de loop der jaren steeds erger geworden. Vandaar dat men besloten heeft de boom te stutten.

De vederesdoorn komt in het wild voor in het midden en oosten van Noord-Amerika. Eind 17e eeuw dook hij op in een kwekerij in Fulham. Een van de nazaten is halverwege de 20e eeuw in Nijverdal beland.

Bijzonderheden:

  • In zijn jonge jaren groeit Acer negundo (vederesdoorn) snel, hij wordt echter niet hoger dan 15 m. Hij is resistent tegen vorst, hitte, rook en stof.
  • De boom heeft een brede kroon. De schors van de korte stam is grijsbruin en gegroefd. De jonge takken zijn glanzend groen en meestal lichtgrijs berijpt.
De korte stam van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • Het blad bestaat uit 3 tot 7, 10 cm lange deelbladeren die paarsgewijs volledig vrij op de bladspil staan. Zo’n blad noemt men veervormig. De deelbladeren zijn enigszins eivormig langwerpig. Het topblad is gewoonlijk iets groter dan de rest. Het blad lijkt in het geheel niet op een ‘Maple leave’, maar meer op de bladeren van een vlier of es. Pas als de vruchten verschijnen wordt het duidelijk dat we te maken hebben met een esdoorn.
Het geveerde blad van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • In de herfst valt het blad bijna groen van de boom, dit in tegenstelling tot andere esdoornsoorten die juist bekend zijn vanwege hun mooie herfstkleuren.
  • De boom bloeit in april. De bloemen verschijnen iets eerder dan het blad.
  • Mannelijke en vrouwelijke bloemdelen bevinden zich in afzonderlijke bloemen aan verschillende bomen. Er zijn dus bomen met alleen vrouwelijke en bomen met alleen mannelijke bloemen.
  • Onze Acer negundo (vederesdoorn) is een vrouwelijk exemplaar. Dat kun je zien aan de sikkelvormige, gevleugelde vruchten die in trossen aan de boom hangen. De beide deelvruchten staan in een hoek met naar binnen gebogen vleugels.
Sikkelvormig gevleugelde vruchten van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • Zonder bestuiving ontstaan holle, zaadloze vruchten die uitwendig niet van normale vruchten te onderscheiden zijn.
  • Het hout is van matige kwaliteit en commercieel niet interessant.

Locatie: Acer negundo (vederesdoorn) aan de Grotestraat 49 in Nijverdal
Coördinaten: 52.364924895357, 6.46409421696

Bronnen:
Jan van Rijn, Natuursprokkels 217,
Botanische Tuinen van Nederland

Bloeiende-bomenkalender


Januari-februari
Boomhazelaar
Els
Gewone hazelaar
Toverhazelaar
Wïnterzoet

Maart
Gele kornoelje
lep
Katsuraboom
Kerspruim
Perzisch ijzerhout
Zilveresdoorn

April
Amberboom
Amerikaans krentenboompje
Eik
Gewone esdoorn
Gewone magnolia
Gewone vogelkers
Haagbeuk
Hopbeuk
Japanse sierkers
Judasboom
Noorse esdoorn
Pimpernoot
Rode esdoorn
Sierappels
Sierperen
Sneeuwklokjesboom
Vleugelnoot
Witte paardenkastanje
Zoete kers

Mei
Amerikaanse vogelkers Beuk
Gele pavia
Goudenregen
Gewone acacia
Gewone vlier
Grootbladige magnolia
Japanse kornoelje
Lijsterbes
Meidoorn
Mispel
Plataan
Pluim-es
Reuzenkomoelje
Rode paardenkastanje
Zakdoekjesboom

Juni
Epaulettenboom
Hemelboom
Hollandse linde
Kurkboom
Storaxboom
Tamme kastanje
Tulpenboom
Valse christusdoorn
Wïnterlinde

Juli-augustus
Bijenboom
Honingboom
Lampionboom
Pindakaasstruik
Trompetboom
Zilverlinde