Winterlinde (Tilia cordata ‘Böhlje’ aan de Nicolaas Beetsstraat

Donderdag 25 juli 2019 was het in Gilze-Rijnen 40,7 graden; een hitterecord. Mensen met bomen en struiken in hun tuin zullen die temperatuur daar niet gemeten hebben. Bomen brengen verkoeling. Uit een onderzoek van de Technische Universiteit van München blijkt dat winterlindes voor veel natuurlijke schaduw zorgen. Bovendien verdampen de bladeren veel water, wat het microklimaat rond de boom koeler maakt, In Nijverdal zijn veel winterlindes aangeplant. Ze staan onder andere aan de Nicolaas Beeststraat aan de kant van de Rietslenke. In het stukje tussen de Mensinksweg en de Bilderdijkstraat zijn er, als ik goed geteld heb, 35 exemplaren te bewonderen.

Bijzonderheden

  • Lindes wortelen diep in de ondergrond. Dat is maar goed ook want die wortels moeten de bladeren ook bij hoge temperaturen van voldoende vocht kunnen voorzien.
  • De blaadjes van Tilia cordata zijn vrij klein. Dat is de reden dat de winterlinde ook wel ‘kleinbladige linde’ wordt genoemd.
  • Begin juli kleurt de boom geel-groen door de vele groengele steunblaadjes van de talrijke bloempjes.
  • De linde is qua biodiversiteit van groot belang. Het blad en en de bloesem zijn een belangrijke voedselbron vele dieren. Met name insecten en in het bijzonder de honingbijen zijn graag geziene gasten.
  • De soort ‘Böhlje’ is populair omdat deze weinig last heeft van luisaantasting en de daarmee samenhangende kleverige honingdauw en ‘druipt’ daardoor minder dan andere lindes. De boom is mede daardoor zeer geschikt als laanboom.
  • De ‘Böhlje’ is genoemd naar de Baumschule (kwekerij) Böhlje in Westerstede die de boom rond 1890 selecteerde en in cultuur bracht.

Locatie
Nicolaas Beetstraat 2-16 Nijverdal
Coördinaten: 52.357339, 6.47831

Bronnen:
Mauritz, Jan P. Tilia cordata, Boom van het jaar 2016.
Goudzwaard, Leo. Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij.

Valse christusdoorn ( Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’)

Tijdens de zomer merk je pas hoe prettig het is als er in een winkelstraat bomen geplant zijn.
Op het Keizerserf staan sinds 2000 een rij valse christusdoorns ( Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’).
Met zijn fijn geveerde bladeren en luchtig lichtdoorlatende vertakte kroon is de valse christusdoorn een aantrekkelijke boom voor deze winkelstraat

De boom komt van nature voor in het oosten en midden van de Verenigde Staten. Van oorsprong heeft de boom grote drievoudige vertakte doorn aan stam en takken. In de loop der jaren zijn er een groot aantal gekweekte cultivars (Gekweekte rassen) zonder of met kleine doorns op de markt gekomen, waaronder de ‘Sunburst’.

Bijzonderheden

  • De Gleditsia is vernoemd naar de man die veel onderzoek naar dit geslacht heeft gedaan: dr. Johann Gottlieb Gleditsch (1714-1786), destijds directeur van de Berlijnse botanische tuin.
  • De boom groeit goed op zandige, droge gronden. Hij heeft ook weinig hinder van bestrating
  • De bladeren verschijnen laat aan de de boom, soms pas in mei. Het blad is eerst lichtgeel, het verkleurt vervolgens geelgroen en het eindigt in de herfst goudgeel.
  • Het blad verteert snel.
  • De ‘Sunburst’ cultivar bereikt een hoogte van 10 to 12 meter.
  • De naam ‘valse christusdoorn’ heeft de boom te danken aan de doorns van de oorspronkelijke Gleditsia triacanthos. Deze doorns doen volgens sommigen denken aan de doornenkroon van Christus. Omdat er al een ‘echte’ christusdoorn bestaat ‘Paliurus spina-christi,’ heeft de Gleditsia Triacanthos en zijn gekweekte afstammelingen de naam ‘valse’ christusdoorn gekregen. De cultivar ’Sunburst’ heeft geen doorns.

Locatie:
Keizerserf 2 – 38 Nijverdal
Coördinaten: 52.363862, 6.459930

Bron:
Maurits Jan P., Het geslacht Gleditsia; de vals christusdoorn, Pdf

Japanse esdoorn, (Acer palmatum ‘Atropurpereum’)

(Foto: Marinus Rouweler)

De Japanse Tuin is het pronkstuk van landgoed Clingendael. Hier zijn prachtige en zeldzame bomen en planten te zien. De tuin is heel kwetsbaar. Daarom is de Japanse Tuin slechts een aantal weken per jaar open. Een aantal jaar gelden ben ik er geweest en vanaf die tijd moet ik er altijd aan denken als ik een Japanse esdoorn zie. Op de gemeentelijke begraafplaats aan de Ninaberlaan staat een mooi exemplaar, geplant in 1937.

(Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • Acer palmatum ‘Atropurpureum’ is een bekende vertegenwoordiger van de Acer palmatum-familie.
  • De boom heeft prachtige rood-paarse bladeren. Deze zijn in de herfst op z’n mooist
  • De struik groeit langzaam en wordt niet erg hoog.
  • Plantenverzamelaar J.R. Reeves introduceerde in 1832 de ‘gewone’ Acer palmatum vanuit Japan in Engeland.
(Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan.
Coördinaten: 52.382312, 6.453565

Bron: 
O.a. Geoffrey Smith, Struiken en Heesters, uitgeverij Helmond, Helmond

Mexicaanse groenblijvende eik (Quercus rhysophylla ‘Maya’)

(Foto: Marinus Rouweler)

Een paar jaar geleden heb ik de Boomspiegel-reeks van F.J. Fontaine gekocht. Uitgave 4 (verschijningsjaar 1988) gaat over het geslacht Quercus (Eik). Dit geslacht omvat meer dan 500 soorten. In het boek wordt vermeld dat er groenblijvende eiken bestaan. Omdat deze soorten hier niet winterhard zijn, besteedde Fontaine er echter niet veel aandacht aan. Inmiddels is de cultivar ‘Maya’ van de soort Quercus Rhysophylla gekweekt. Deze is ontstaan uit zaailingen van de Quercus rhysophylla en blijkt beter bestand tegen de winterkou dan de gewone soort. Een afstammeling is te bewonderen op de begraafplaats aan de Ninaberlaan. Deze is daar in 2012 geplant en gedijt er prima.

(Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De soort Q. rhysophylla is een, omstreeks 1978 vanuit Mexico in cultuur gebrachte boom. Deze bleek toen in Noordwest-Europa niet winterhard te zijn.
  • In Mexico zijn meerdere soorten groenblijvende eiken inheems.
  • Misschien biedt de klimaatverandering ook voor deze bomen nieuwe kansen.
  • De bladeren zijn opvallend groot, leerachtige en glanzend. Ze hebben een golvende rand. In de eerste fase zijn de bladeren diep bruinoranje tot karmozijnrood. Later verkleuren ze langzaam naar donkergroen.
  • De boom heeft zijn naam te danken aan Charles Alfred Weatherby ((1875-1949). Rhysophylla komt van het Griekse ῥυσός (rhysos),=gerimpeld en φύλλον (phyllon)=blad.

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan.
Coördinaten: 52.383210, 6.452150

Bron:
Quercus rhysophylla ‘Maya’

(Foto: Marinus Rouweler)

De reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’

Bijzonderheden:

In een van mijn naslagwerken las ik dat de reuzenlevensboom een echte ‘begraafplaatsboom’ is. Op de gemeentelijke begraafplaats aan de Ninaberlaan hoef je niet lang naar deze boom te zoeken. Na de ingang staat rechts aan het pad een volwassen reuzenlevensboom.

Naambordje bij boom (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • In het midden van de 19de eeuw werd de reuzenlevensboom in Noord-Amerika ontdekt door plantenverzamelaar William Lobb. Het verzamelde zaad nam hij mee naar Engeland. De boom raakte in de mode bij landgoedeigenaren.
  • De boom op de begraafplaats is er in 1918 geplant en is inmiddels dus al meer dan 100 jaar oud.
  • De reuzenlevensboom heeft glanzende, donkergroene schubachtige bladeren die dakpansgewijs op de takken liggen en van onder wittig zijn.
  • De soortnaam ‘Zebrina’ dankt de boom aan het gestreepte patroon op de bovenzijde van de twijgen.
  • Mensen schreven de Thuja plicatan een grote kracht toe en dachten dat je iets van die krachten kon ontvangen door met je rug tegen zo’n boom te gaan staan.
  • De reuzenlevensboom staat bekend om zijn sterke, prettige geur na kneuzing.
  • De reuzenlevensboom levert licht en duurzaam hout waaronder oranjebruin kernhout. Dit staat bekend als western red cedar en wordt veel gebruikt voor palen en schuttingen.
Een ‘zebra-patroon’
Reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
op de gemeentelijke begraafplaats Hellendoorn, Ninaberlaan 34
Coördinaten: 52.381783,6.453056

Bronnen:
https://www.botanischetuinen.nl/planten/plant/1639/thuja-plicata/

De Japanse parasolden Sciadopitys Verticilata

Japanse parasolden (Sciadopitys verticilata) (Foto: Marinus Rouweler)

In het grasveld langs het fietspad aan de Ninabelaan schuin tegenover de ingang van de begraafplaats staat een kleine, maar bijzondere conifeer; de Japanse parasolden. De naam is misleidend; het is geen den. Men noemt hem waarschijnlijk zo, omdat naaldhoutbomen nu eenmaal vaak ‘dennetjes’ worden genoemd.

Bijzonderheden

  • De Japanse parasolden is geen den, geen spar; hij vertegenwoordigt een op zichzelf staande groep en heeft geen naaste verwanten.
  • De Japanse parasolden hoort van nature thuis in de bergen van de Japanse eilanden Honshu, Shikoku en Kyushu. Sciodcpitys.
  • De boom werd reeds in 1773 door de Zweedse botanicus Thunberg op zijn Japanse reis gevonden; hij dacht, dat het een Taxus was. Het duurde nog tot 1859, voordat Dr. von Siebold zaden naar Leiden stuurde. Bomen, opgekweekt uit die zaden, zijn hier en daar nog in leven.
  • Evolutionair gezien is het geslacht heel oud, net als het geslacht Ginkgo. Hij is bekend van fossielen uit het Trias, zo’n 230 miljoen jaar geleden.
Takje van Japanse parasolden (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
In het grasveld langs het fietspad aan de Ninaberlaan, schuin tegenover de ingang van de begraafplaats.
Coördinaten: 52.381793,6.452233

Bron:
Blijdenstein Nieuws 30, januari 2013

Geplaatst: 2019-04-27

De Huntingdon-iep (Ulmus hollandica ‘ Vegeta’

Twee Huntingdon-iepen (Foto: Marinus Rouweler)

In 2017 was ik begin mei in Amsterdam en maakte daar mee dat een groot aantal van de 75.000 iepen hun zaadjes lieten vallen. Overal kwamen ze als iepenconfetti naar beneden. Later hoorde ik dat dit fenomeen ook wel ‘lentesneeuw’ wordt genoemd.
Ik moest hier aan denken toen ik erachter kwam dat er op de begraafplaats aan de Ninaberlaan ook twee grote Huntingdon-iepen staan. Wanneer je na de ingang het eerste pad links inslaat, vind je ze aan je rechterhand.
In het voorjaar is er aan de iep veel te beleven. In februari vindt de bloei plaats en nog voordat de blaadjes verschijnen, kleuren de takken groen van de vruchtjes. De heldere kleur verandert langzaam naar lichtgroen en dan op een dag in mei komen tienduizenden zaadjes naar beneden dwarrelen; de lentesneeuw. Daarna kleurt de boom weer groen, maar dan van de blaadjes.

Bijzonderheden:

  • Het blad van de iep heeft een ongelijke bladvoet.
  • Door de iepziekte is de iep in sommige streken zeldzaam geworden. Tijdens de iepziekte-epidemie worden de iepen aangetast door een schimmel. Deze wordt verspreid door iepenspintkevers. De sterfte van de iepen begon in 1918. Honderdduizenden iepen moesten worden gekapt. Een tweede golf vond plaats in de 60-er en 70-er jaren. Nu vond de aantasting plaats door een afwijkende vorm van de schimmel. Ook nu weer vond er een kaalslag plaats. Door veredeling, nieuwe variëteiten én regelmatige controle is de ziekte nu onder controle.
  • Dit jaar (2019) is er sprake van een overdadige vruchtzetting. In de voorzomer van 2018 bepaalde de boom of de knoppen zouden uitgroeien tot bladknop of bloemknop. Het weer speelt daarbij een belangrijke rol. Deskundigen hebben de indruk dat de warme en droge junimaand van 2018 heeft geleid tot meer bloemknoppen dan bladknoppen. Dat zorgt ook voor een relatief kalere kroon in de zomer.
  • Deze twee iepen heten Huntingdon-iepen omdat het nakomelingen zijn van een nieuw soort dat als zaailing is ontdekt in een park in de buurt van de plaats Huntingdon in Engeland.

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan, na de ingang het eerste pad links aan de rechterkant
Coördinaten: 52.382002, 6.452684

Zaden iep (Foto: Marinus Rouweler)
Twee Huntigdon-iepen met een overdaad aan zaadjes. (Foto: Marinus Rouweler)

Bron:
H.M. Heybroek, L. Goudzwaard & H. Kaljee, Iep of olm. Karakterboom van de Lage Landen,2009, KNNV Uitgeverij, Zeist, ISBN 978-90-5011-281-9.

Geplaatst: 2019-04-26

Bos: Voor een dag van morgen

Zaterdag 30 maart 2019 trad Stef Bos op in het ZINiNtheater te Nijverdal. Zijn ouders hadden vroeger een juwelierswinkel in Veenendaal. De auteur Hans Andreus kwam daar regelmatig iets kopen. Stef Bos vertelde dat hij een keer een boekje uit de ‘Meester Pompelmoes-serie’ van hem cadeau kreeg. Daarna droeg Stef het gedicht ‘Voor een dag van morgen” van Hans Andreus voor.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus
Uit: Al ben ik een reiziger
Uitgeverij Holland 1959

Geplaatst: 2019-04-04

Gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia langs de F35 aan de noordzijde van het station Nijveral

De bouw van de tunnel in Nijverdal ging ten koste van de gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia) langs de Piet Heinweg.
Nadat het tunnelplan gerealiseerd was, zijn er in 2015 zeventien nieuwe exemplaren aangeplant langs de F35 (fietssnelweg) aan de noordzijde van het station.
De gewone vleugelnoot is geen inheemse boom. Deze bomen kwamen oorspronkelijk alleen voor in de Kaukasus en in Iran, Noord-Irak en Turkije. In deze gebieden groeit de gewone vleugelnoot van nature langs rivieren, wat aangeeft dat de boom van een vochtige, vruchtbare bodem houdt. In Nederland wordt de gewone vleugelnoot vaak aangeplant om parken, pleinen en lanen te verfraaien.

Volgens de boeken zijn de eerste zaden van de gewone vleugelnoot in 1782 ingevoerd. Ik vraag men altijd af hoe men dit zo zeker weet. Een feit is echter dat er anno 2002 een aantal monumentale Gewone vleugelnoten in Europa aantreft, waarvan men de ouderdom op zo’n 200 jaar schat. Om de dikste gewone vleugelnoot van Nederland te bekijken moet je naar Middelburg gaan. In de voormalige kruidentuin van de Weesschool vind je er een met een stamomtrek van 780 cm.

Bijzonderheden:

  • De gewonde vleugelnoot vormt een dicht bladerdak op een relatief korte stam. De schors heeft een gegroefd uiterlijk met opvallende lange gevlochten banden. Verder kenmerkt de boom zich door de vorming van worteluitlopers. Her en der verschijnen dan kleine ‘boompjes’ op de worteluitlopers. Jonge gewone vleugelnoten zijn vorstgevoelig, maar hoe ouder ze zijn, hoe winterharder ze worden
  • De gewone vleugelnoot heeft geen knopschubben om de knoppen. De knoppen zijn naakt en worden licht beschermd door een dichte tooi van bruine sterharen. Ze zijn in de winter al te zien. Je kunt dan ook goed zien waar de afgevallen bladeren gezeten hebben. Net als bij de paardenkastanjes zijn er grote bladlittekens te bewonderen.
  • De mannelijke en vrouwelijke bloemen verschijnen rond april, mei aan dezelfde boom. De vrouwelijke katjes zijn soms wel 30 cm lang, de mannelijke zijn korter. Aan de vrouwelijke katjes groeien de sierlijke vruchtjes. De vrouwelijke bloempjes zijn in mei goed te bekijken. Ze zitten aan dunne slierten. Ze zijn klein en groen met twee witte of lichtrode stempeltjes. Uit de bloempjes groeien de vruchtjes, die de grootte hebben van erwt. Ze zijn niet eetbaar. Ze zijn voorzien van twee vleugeltjes. De vleugeltjes maken het mogelijk om wat verder van de boom weg te dwarrelen. De gewone vleugelnoot heeft zijn naam te danken aan “die nootjes”.
  • Bij de eerste aanblik vond ik bladeren van de gewone vleugelnoot veel op die van es lijken. Dat bleek zo gek nog niet te zijn fraxinifolia betekent esachtig blad. De bladeren van de gewone vleugelnoot zijn echter grover en langer: wel 20 tot 65 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15   23 aantal blaadjes. Het is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.  De gewone vleugelnoot is een bladverliezende boom met lange bladeren; wel 20 tot 60 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15 – 23 aantal bladparen. Het blad is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.

Locatie:
Achter het station tussen de eerste fietsbrug over de tunnel en de Van der Muelenweg
Coördinaten: 52.366650, 6.462203

Bron:Graaff de, Gerrit, ‘Monumentale bomen in Nederland, Amsterdam, Uitgeverij Boom, 1991

Geplaatst: 2019-04-04