Tilia europea ‘Euchlora’ (Krimlinde) aan de Rijssensestraat in Nijverdal

Rond 1990 vond een reconstructie van de Rijssensestraat plaats. Daarbij zijn toen aan beide zijden van die straat vanaf de Noetselerbergweg tot voorbij tuincentrum Odink een groot aantal krimlinden geplant.
Ze staan nu (2020-06-27) in bloei. Prachtig om te zien en prettig voor de bijen. De krimlinden behoren namelijk tot de beste drachtplanten voor de bijen.
De krimlinde kun je herkennen aan de afgeronde smalle kroon (model ‘bijenkorf’) met de overhangende takken en twijgen. Alleen de takken boven in de boom staan omhoog.
De herkomst Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) staat niet vast; waarschijnlijk is het een kruising tussen de Tilia cordata en de zeldzame Tilia dasystyla uit de Krim.
Hij is rond 1860 voor het eerst beschreven en waarschijnlijk vanuit Duitsland (kwekerij Booth’s Flottbeck in Hamburg) op de markt gebracht.
De krimlinde staat bekend als een goede straatboom, De boom komt het best tot zijn recht in een vochthoudende en voedzame grond, maar ook als de omstandigheden niet optimaal zijn, zoals aan de Rijssensestraat, handhaaft hij zich goed.

Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde) aan de Rijssensestraat

Bijzonderheden:

  • Kenmerkend voor de ,Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) zijn de middelgrote bladeren. Ze zijn lang gesteeld en hebben een donkere, glanzend groene bovenkant en bosjes geelwitte tot roestbruine haren in de oksels van de nerfhoeken aan de onderkant.
    Opmerkelijk is de scheef hartvormige bladvoet, de fijn gezaagde bladrand en de toegespitste bladtop. In de herfst worden de bladeren geel van kleur.
  • De bomen bloeien overdadig met 3-7 heldergele, geurige, bloemen in hangende tuiltjes.
    Het opvallende schutblad aan de bloementuil is dun-vliezig, kortgesteeld en bleekgroen. Het schutblad zorgt ervoor dat later in het jaar de zaden langzaam naar beneden dwarrelen, waardoor de wind gelegenheid krijgt de zaden weg te blazen.
Bloempjes Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde)
  • De vruchten zijn viltig behaar, ovaal en niet rond zoals bij sommige andere soorten linden wel het geval is.
  • De krimlinden hebben een zwaar en diepwortelend, breed verspreidend wortelstelsel, omdat de vochtbehoefte van de vele, vrij dunne en zachte bladeren zeer groot is. Door de zware, stevige beworteling is de boom dan ook over het algemeen zeer windvast.
  • Tilia x ‘Euchlora’ (krimlinde) worden vaak aangeplant omdat ze minder gevoelig zijn voor bladluis en zwarte roest en dus minder last van ‘druipende, kleverige honingdauw’.
  • Ze worden vaak als herdenkingsbomen gekozen vanwege het feit dat ze symbool staan voor bescherming en verbondenheid van de gemeenschap, rechtvaardigheid en samenwerking.
  • Het komt voor dat er tijdens de bloei bijen en hommels versuft of dood onder de boom liggen. Ik heb al eens gelezen dat ze waarschijnlijk vergiftigd waren. Nu las ik dat de oorzaak gezocht moet worden in een combinatie van factoren. De bomen verspreiden een aanlokkelijke geur en trekken daardoor veel insecten aan. De aanwezigheid van een groot aantal insecten zorgt ervoor dat er in verhouding weinig nectar te halen valt. Daar komt bij dat een lindeboom soms weinig nectar te bieden heeft. De hommels komen daardoor om van de honger.
  • Namen
    In een artikel van Wageningen University & Research vond ik een aantal interessante weetjes over de namen:
    • De geslachtsnaam Tilia is afgeleid van het Griekse woord ‘tilos’ wat vezel betekent en refereert aan de bastvezels van de linde die gebruikt werden om matten, zakken, touw en schoeisel te vlechten.
    • De Nederlandse naam Linde is waarschijnlijk afgeleid van het Noord-Germaanse woord ‘linda’ dat wikkelen of binden betekent en ook een relatie heeft met het bovengenoemde gebruik van de bastvezels van de boom.
    • ‘Euchlora komt uit het Grieks (ευ χλώρος) en betekent goed groen en wijst op de glanzende groene bladeren.
Schutblad en bloempjes in een tuiltje van Tilia ‘Euchlora’ (krimlinde)

Locatie: Vanaf Noetselerbergweg tot voorbij tuincentrum Odink
Coördinaten: 52.354961293741,6.465596822629

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Tilia; de linde, een duurzame boomsoort, Jan P. Mauritz, Wageningen University & Research

Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) aan de stationsstraat 10 in Nijverdal

In de tuin vóór het gebouw aan de Stationsstraat 10 in Nijverdal staat een prachtige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus).
Het gebouw waarin mensen kwamen en gingen, dateert uit 1882. Toen kreeg de heer H. Spijker namelijk vergunning voor de bouw van een ‘stationskoffiehuis’.
In het boek ‘Anderhalve Eeuw Nijverdal’ is een foto uit 1915 opgenomen, waarop de gewone esdoorn en de Kroningslinde te zien zijn. In vergelijking met deze linde, die in 1898 geplant is ter gelegenheid van de kroning van koningin Wilhemina, is de Acer pseudoplatanus al een forse boom.
Vermoedelijk werd deze rond 1882 door de heer Spijker geplant en nu dus meer dan 130 jaar oud. De Kroningslinde heeft inmiddels het veld geruimd, maar ondergronds, waar hun wortels met elkaar verweven lagen, heeft hij vast zijn koninklijke trots overgedragen aan de gewone esdoorn. Een kleine tuin is thans zijn vorstendom. Groots en in een uitstekende gezondheid trotseert hij asfalt en beton. De gewone esdoorn is letterlijk en figuurlijk een ijzervreter getuige het reclamebord, dat op een klein stukje na onder de schors verdwenen is: onverstoord incorporeert de boom het reclamebord.

Het reclamebord is bijna verdwenen achter de schors (Foto: Marinus Rouweler)

Als men het hem toestaat kan de gewone esdoorn wel 400 jaar oud worden en ook daarna kan hij nog lang de eerste viool blijven spelen. Door de fijne vezel en de zeer lichte kleur wordt het esdoornhout namelijk al eeuwen gebruikt voor muziekinstrumenten, met name voor het achterblad van strijkinstrumenten.

Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De Aceraceae (esdoorns) behoren tot de Sapindacaefamilie. Het is een groot en vormenrijk geslacht dat uit ongeveer 150 soorten en nog veel meer variëteiten bestaat.
  • Alle esdoorns hebben gemeen dat de bladeren tegenover elkaar staan en de vruchten vleugels hebben die ook tegenover elkaar staan. De hoek die de vleugels maken, is een belangrijk determinatiekenmerk.
  • Het Latijnse Acer betekent ‘scherp’ in het Nederlands. De familie heeft die naam te danken aan het feit dat het in vuur geharde esdoornhout harde en scherpe speren oplevert. Pseudoplatanus kun je uit het Latijn vertalen als nep of fake plataan: De gewone esdoorn lijkt qua afschilferende schors en blad wel op een plataan, maar is het niet. Ze behoren zelfs tot heel verschillende geslachten.
  • De in zijn jeugd snel groeiende ± 25 meter hoge Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) heeft een mooie rechte stam met een brede halfronde en sterkt vertak, kroon.
Stam Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De gewone esdoorn heeft de naam dominant te zijn en de andere bomen te overvleugelen. Daarnaast breidt hij zich door middel van zijn zaden, die alle kanten op waaien, snel uit. Desondanks wordt hij veel aangeplant in tuinen en parken.
Samara’s, gevleugelde vruchten Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) is in de winter goed te herkennen aan zijn grote, gezwollen, glanzende, groengele knoppen.
Knoppen Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto Boomkwekerij Ebben)
  • De opvallende handvormige bladeren met 3 of 5 toegespitste, grof getande lobben zijn van boven donkergroen.
Blad Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) (Foto Boomkwekerij Ebben)
  • Als de eerste bladeren volgroeid zijn, verschijnen de geelgroene bloempjes. Ze hangen in vrij lange trosjes naar beneden. Ze vallen de meeste mensen niet op want ze gaan voor een deel verscholen onder het blad. Insecten komen direct op de nectar af en zorgen daarbij voor de bestuiving.
  • De bloemen verdwijnen om plaats te maken voor de nu aan trossen hangende vruchten, die samara’s genoemd worden.
  • In de herfst verkleuren de bladeren van groen naar goudgeel. Vaak zie je dan ook zwarte vlekken op de bladeren. De schimmel Rhytisma acerinum is de schuldige.
  • Onder oudere exemplaren blijkt het verteerde blad in de loop der jaren een uitstekende voedingsbodem te zijn voor allerlei kruidvegetaties.
  • In het programma Vroege Vogels van 2020-07-07 vertelde Elke Wenting dat aaseters zorgen dat allerlei in het slachtoffer opgehoopte waardevolle spoorelement als kobalt, zink en selenium via snelle kringloop verspreid worden. Dieren maar ook planten profiteren daarvan. Als deze spoorelementen naar diepere bodemlagen zouden weglekken zouden ze voor lange tijd niet meer beschikbaar zijn.
    In zijn boek ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen schrijft Leo Goudzwaard dat esdoorns, maar ook linden en iepen mineralen met hun wortels uit diepere lagen naar boven halen.Via de afgevallen bladeren komen de weggelekte spoorelementen weer in de strooisellaag.
    Het is toch heel bijzonder hoe vindingrijk en subtiel de natuur via kringlopen te werk gaat. Daar kunnen wij nog heel veel van leren.

Locatie: Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) aan de stationsstraat 10 in Nijverdal
Coördinaten: 52.364836, 6.470584

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Jan van Rijn, Natuursprokkels, 313
Floron Verspreidingsatlas
Flora van Nederland
Boomkwekerij Ebben

Acer negundo (vederesdoorn) aan de Grotestraat 49 in Nijverdal

In 1988 werd bekend, dat de tot bank verbouwde voormalige dokterswoning aan de Grotestraat moest wijken voor een nieuw ABN-bankgebouw.

De tot bank verbouwde voormalige dokterswoning, rechts staat de vederesdoorn

De Vederesdoorn naast de bank zou dan ook voor de bijl gaan. Via een lobby van o.a. Bomenstichting, IVN Hellendoorn-Nijverdal en overleg tussen de gemeente Hellendoorn en de directeur van de ABN-bank, A. van der Strate, is dat laatste voorkomen. Het nieuwe bankgebouw werd simpelweg een paar decimeter verschoven. Eind 1989 kondigde burgemeester Boer aan dat de vederesdoorn tot in lengte van jaren kon blijven pronken. Dit is geen loze belofte gebleken; de vederesdoorn is, zij het met kunst en stutwerk, nog steeds in volle glorie te bewonderen.
Tegen rukwinden is de soort niet goed bestand. Vandaar waarschijnlijk de scheve stand van de stam. In 1989 was dat al het geval, maar het is in de loop der jaren steeds erger geworden. Vandaar dat men besloten heeft de boom te stutten.

De vederesdoorn komt in het wild voor in het midden en oosten van Noord-Amerika. Eind 17e eeuw dook hij op in een kwekerij in Fulham. Een van de nazaten is halverwege de 20e eeuw in Nijverdal beland.

Bijzonderheden:

  • In zijn jonge jaren groeit Acer negundo (vederesdoorn) snel, hij wordt echter niet hoger dan 15 m. Hij is resistent tegen vorst, hitte, rook en stof.
  • De boom heeft een brede kroon. De schors van de korte stam is grijsbruin en gegroefd. De jonge takken zijn glanzend groen en meestal lichtgrijs berijpt.
De korte stam van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • Het blad bestaat uit 3 tot 7, 10 cm lange deelbladeren die paarsgewijs volledig vrij op de bladspil staan. Zo’n blad noemt men veervormig. De deelbladeren zijn enigszins eivormig langwerpig. Het topblad is gewoonlijk iets groter dan de rest. Het blad lijkt in het geheel niet op een ‘Maple leave’, maar meer op de bladeren van een vlier of es. Pas als de vruchten verschijnen wordt het duidelijk dat we te maken hebben met een esdoorn.
Het geveerde blad van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • In de herfst valt het blad bijna groen van de boom, dit in tegenstelling tot andere esdoornsoorten die juist bekend zijn vanwege hun mooie herfstkleuren.
  • De boom bloeit in april. De bloemen verschijnen iets eerder dan het blad.
  • Mannelijke en vrouwelijke bloemdelen bevinden zich in afzonderlijke bloemen aan verschillende bomen. Er zijn dus bomen met alleen vrouwelijke en bomen met alleen mannelijke bloemen.
  • Onze Acer negundo (vederesdoorn) is een vrouwelijk exemplaar. Dat kun je zien aan de sikkelvormige, gevleugelde vruchten die in trossen aan de boom hangen. De beide deelvruchten staan in een hoek met naar binnen gebogen vleugels.
Sikkelvormig gevleugelde vruchten van de vederesdoorn (Foto: Marinus Rouweler)
  • Zonder bestuiving ontstaan holle, zaadloze vruchten die uitwendig niet van normale vruchten te onderscheiden zijn.
  • Het hout is van matige kwaliteit en commercieel niet interessant.

Locatie: Acer negundo (vederesdoorn) aan de Grotestraat 49 in Nijverdal
Coördinaten: 52.364924895357, 6.46409421696

Bronnen:
Jan van Rijn, Natuursprokkels 217,
Botanische Tuinen van Nederland

Bloeiende-bomenkalender


Januari-februari
Boomhazelaar
Els
Gewone hazelaar
Toverhazelaar
Wïnterzoet

Maart
Gele kornoelje
lep
Katsuraboom
Kerspruim
Perzisch ijzerhout
Zilveresdoorn

April
Amberboom
Amerikaans krentenboompje
Eik
Gewone esdoorn
Gewone magnolia
Gewone vogelkers
Haagbeuk
Hopbeuk
Japanse sierkers
Judasboom
Noorse esdoorn
Pimpernoot
Rode esdoorn
Sierappels
Sierperen
Sneeuwklokjesboom
Vleugelnoot
Witte paardenkastanje
Zoete kers

Mei
Amerikaanse vogelkers Beuk
Gele pavia
Goudenregen
Gewone acacia
Gewone vlier
Grootbladige magnolia
Japanse kornoelje
Lijsterbes
Meidoorn
Mispel
Plataan
Pluim-es
Reuzenkomoelje
Rode paardenkastanje
Zakdoekjesboom

Juni
Epaulettenboom
Hemelboom
Hollandse linde
Kurkboom
Storaxboom
Tamme kastanje
Tulpenboom
Valse christusdoorn
Wïnterlinde

Juli-augustus
Bijenboom
Honingboom
Lampionboom
Pindakaasstruik
Trompetboom
Zilverlinde

Castanea sativa (tamme kastanje) op het Rembrandtplein in Nijverdal

De laatste jaren fiets ik vaak via de Paulus Potterstraat naar het centrum van Nijverdal. Op deze manier vermijd ik het drukke verkeer en het fijnstof van de Rijssensestraat. Een mooie bijkomstigheid is dat ik dan ook langs de prachtige bomen van het Rembrandtplein kom. Er is daar altijd wel wat te zien. In juni/juli gaat de tamme kastanje daar helemaal uit zijn dak. Veel mensen worden vaak pas in de herfst enthousiast over die boom vanwege het verzamelen van de tamme kastanjes. Op dit moment (juni/juli) is de boom eigenlijk veel interessanter. Het lijkt wel of hij alles uit de kast haalt om de aandacht te trekken. De boom staat in volle bloei met duizenden mannelijke (en minder vrouwelijke) bloempjes die met hun nectar en geur zorgen dat het daar een lieve lust is voor de insecten. Zowel de insecten als de boom hebben er baat bij: de vrouwelijke bloempjes worden bestoven waardoor de bloempjes zich ontwikkelen tot vruchten en de insecten profiteren van het stuifmeel en de nectar.

Castanea sativa (tamme kastanje) (Foto: Marinus Rouweler)

Boombeschrijving
Bomen zijn werkelijk.
Hun bladeren praten werkelijk
met woorden veelzeggend en letterloos.

Hun toppen zingen.
Hun stammen zwijgen
hoorbaar.

Hun wortels houden
van de aarde.

Bij een boom
staande moet ik wel
ademen als een boom.

Naar een boom
ziende zie ik|
hemel en aarde in elkanders
armen.

Want een boom,
een boom is een bruiloft.
Hans Andreus

Bijzonderheden

  • De tamme kastanje op het Rembrandtplein is in 1967 geplant.
    De oudste tamme kastanjes van ons land (Arnhem 2 exemplaren en Beek (Gld) zijn zo’n 350 jaar oud. Onze boom is dus nog relatief jong. .
  • De wetenschappelijke naam voor de tamme kastanje is Castanea sativa. Kastanje is afgeleid van Castanea en sativa betekent in het latijn ‘aangeplant’.
  • De boom is familie van de beukenfamilie, waar ook de eiken en de beuken toe behoren.
  • Tot het geslacht Castanea behoren nog een aantal soorten, maar er groeit maar 1 soort van nature in Europa en dat is Castanea sativa (tamme kastanje.
  • De tamme kastanje heeft een relatief korte stam.
    De bast is aanvankelijk glad, maar vertoont laten verticale groeven.
Schors Castanea sativa (tamme kastanje) (Foto: Marinus Rouweler)
  • Vaak is op latere leeftijd ook de typische draaigroei van de stam te zien.
  • In de winter zijn de knoppen aan de takken roodbruin en eirond. Ze worden beschermd door twee of drie schubben.
  • Het blad verschijnt voor de bloeit. Het is tot wel 25 cm lang, dun leerachtig, stevig met scherpe, grote toegespitste tanden. De bovenkant is glanzend donkergroen, de onderkant is bleekgroen. In het najaar zorgen ze voor prachtige herfstkleuren. Deze verlopen van groen, naar geel, goudgeel om vervolgens bruin te eindigen. De afgevallen bladeren blijken veel beter te verteren dan de die van de eiken en beuken.
  • Het hout van de tamme kastanje is duurzaam en waardevol. Het is geschikt om er meubels, vloeren, palen, schuttingen etc. van te maken.
  • Wie een Castanea sativa (tamme kastanje) plant om van de bloemen en kastanjes te genieten moet dat op jonge leeftijd doen, want je moet 20 tot 30 jaar wachten op de eerste bloemen.
  • Je hoeft niet bang te zijn dat een gezonde tamme kastanje omwaait. Hij heeft namelijk een korte zware penwortel, die zich al gauw vertakt in diepgaande zware zijwortels.
  • De tamme kastanje is eenhuizig en eenslachtig: de vrouwelijke en mannelijk bloemen staan apart aan dezelfde boom. In juni / juli is de boom op zijn mooist wanneer hij bedekt wordt met een deken van talrijke mannelijke bloempjes die verenigd zijn in sierlijke, ruim 10 cm lange draadvormige katjes.
Mannelijke katjes Castanea sativa (tamme kastanje) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De vrouwelijke bloemen zijn korter en staan in groepjes van drie aan de basis van de mannelijke katjes. Ze zijn omgeven door een omhulsel waaruit later de stekelige bolster groeit met daarin de twee of drie kastanjes.
  • De bloeiwijzen hebben zowel kenmerken van windbestuivers (zoals hun familieleden de eiken en beuken) als van insectenbestuivers.
    Op grond van het grote aantal mannelijke bloemen en het ontbreken van lokmiddelen bij de vrouwelijke bloemen zou de boom als windbestuiver aangemerkt kunnen worden. Door de nectar en de geur van de mannelijke bloemen zou je de boom echter ook tot de insectenbestuivers kunnen rekenen. Het zal de boom niet uitmaken op welke wijze de vrouwelijke bloemen bestoven worden, als het maar gebeurt.
  • De vruchten van de tamme kastanjes worden bolsters genoemd. Deze ontwikkelen zich in de zomer. Wanneer de kastanjes in de bolsters rijp zijn, valt de bolster van de boom. Als deze de kans krijgt uit te drogen , springt hij op een gegeven moment in vier kleppen open. Veel bolsters worden echter al verzameld voordat ze opengesprongen zijn.
  • De bolsters zijn geen vruchten om met blote handen aan te pakken. Doe je dit toch dan heb je grote kans dat stukjes van de dunne, vlijmscherpe stekels in je vingers blijven steken.
  • In tegenstelling tot de buitenkant zijn de bolsters van binnen heel zacht. In het gelukkige geval dat de bolster 3 kastanjes bevat, is de middelste het dikst. De kastanjes die aan weerskanten zitten, zijn allebei dunner. De kleine pluimpjes boven aan de kastanjes zijn de resten van de stempel.
  • Wanneer de zomer warm en vochtig is en tot in de herfst voortduurt, is de kwaliteit en de smaak van de tamme kastanjes op zijn best.
  • Mede dankzij Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn er veel tamme kastanjes aangeplant in onze gemeente. Vooral de Eelerberg en de Sprengenberg trekken jaarlijks zo rond oktober vele ‘zoekers’. De noten, want dat zijn tamme kastanjes eigenlijk, zijn rijk aan koolhydraten en arm aan vet.
  • Als je niet weet hoe je van deze kastanjes soepen, geroosterde vullingen, desserts, cakes, brood of gewoon gepofte kastanjes kunt maken kun je op internet alle informatie vinden die je hiervoor nodig hebt.
Castanea sativa (tamme kastanje) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie: De Castanea sativa (tamme kastanje) staat op het Rembrandtplein aan de kant van de Paulus Potterstraat.
Coördinaten: 52.35898175673 6.464587339869

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Stelt van der, Hans, De bomen in Artis en Hortus, De oude stad, Amsterdam, 1989
Flora van Nederland
Botanische Tuinen van Nederland
De Bomenstichting

Paardenkastanje en tamme kastanje op het Rembrandtplein (Foto: Marinus Rouweler)

Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’ (een gewone esdoorn) op het Rembrandtplein

Raar eigenlijk, ik had me nog nooit afgevraagd waarom een esdoorn ‘esdoorn’ heet. Toen ik voor dit artikel informatie opzocht, vond ik het in het prachtige boek ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen’. De auteur, Leo Goudzwaard, beschrijft het als volgt: “De Nederlandse naam ‘esdoorn’ verdient wel uitleg, want de boom lijkt niet op een es en heeft ook geen doorns. De uitgang -doorn is afgeleid van het Germaanse ‘teer’, dat zowel boom als hout betekent. Zo is ook het Engelse ‘tree’ van ‘teer’ afgeleid. ‘Es’ is een oud Germaans woord voor ‘speer’ en ook voor ‘scherp’. De esdoorn is dus de boom met speren-hout, uit de tijd dat bomen genoemd werden naar de houttoepassing.
De wetenschappelijke naam bestaat uit drie delen, Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’. De eerste naam is de geslachtsnaam Acer = esdoorn. De tweede naam is de soortnaam namelijk pseudoplatanus. Dit betekent ‘lijkt op de plataan’. De derde naam staat tussen enkele aanhalingstekens, om aan te geven dat het een cultuurvariëteit is. Hier betekent ‘Atropurpureum’: purpureum = paars en atro = donker, dus donkerpaars.
De boom op Rembrandtplein is een volwassen, sterke boom. Hij is geplant in 1977 en kan wel 20 m hoog worden. De boom op het Rembrandtplein staat jammer genoeg ingeklemd tussen een beuk en eiken. Dat is jammer, want hij komt beter tot zijn recht als hij de ruimt krijgt.

Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’ (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • Het geslacht Acer is zeer divers met meer dan 130 soorten bomen van verschillende grootte en eigenschappen.
  • De cultuurvariant ‘Atropurpureum werd op de kwekerij Späth in Berlijn geteeld en in 1883 op de markt gebracht.
  • Franz Ludwig Späth, eigenaar van ’s werelds grootste en oudste boomkwekerij (Späth kwekerij, opgericht in 1720),begon in 1879 een arboretum. Die bomentuin is nu onderdeel van de Humboldt universiteit
  • De geslachtsnaam Acer werd door Linnaeus vastgelegd in Species Plantarium (1753) en wordt sindsdien algemeen gebruikt.
  • In de winter is de boom goed te herkennen aan de grote (± 1 cm), gezwollen, glanzende knoppen die tegenover elkaar aan de takken staan.
  • Het blad is aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant paars, de naam ‘Atropurpureum’ zinspeelt daarop.
  • Het heeft de kenmerkende handvormig gelobde blad dat op de Canadese vlag staat.
  • Het Engelse woord voor ‘esdoorn’ is maple.
  • Eind april, begin mei, nadat de bladeren zijn uitgelopen, bloeit de boom
  • Aan het eind van de zomer hangen de roodgetinte vruchtjes in trosjes aan de boom. De vruchtjes bestaan uit twee gevleugelde’ helften. Deze zijn aan elkaar verbonden waarbij de hoek die de beide vleugels met elkaar ‘maken, kenmerkend is voor iedere soort.
  • De vruchtjes worden propellertjes genoemd. De vleugeltjes verminderen de valsnelheid, zodat ze door de wind ver van de moederboom verspreid kunnen worden.
Vruchtjes van Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’ (gewone esdoorn) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De boom wortelt diep; hij staat daardoor stevig en is niet gevoelig voor sterke wind.
  • De boom heeft een positief effect op de biodiversiteit. Hij is een belangrijke drachtplant voor de honingbij (Apis mellifera). Daarnaast leven op esdoorns zeer veel bladluizen die zowel rechtstreeks als onrechtstreeks (honingdauw) een voedselbron vormen voor insecten. Op de blaadjes kunnen allerlei gallen voorkomen, waaronder mijtgallen die veroorzaakt worden door Aceria macrorrhyncha cephalonea, zoals op de foto te zien is.
    De goudvink is een liefhebber van de vruchtjes.
Gal van Aceria macrorrhyncha cephalonea (Foto: Marinus Rouweler)
  • Het hout is waardevol en behalve voor meubels en vloeren ook geschikt om er muziekinstrumenten van te maken, zoals violen.

Locatie:

de Acer pseudoplatanus ‘Atropurpureum’ (een gewone esdoorn) staat op het Rembrandtplein ter hoogte van Rembrandtplein 1
Coördinaten: 52.359157683746,6.464618009834

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Johnson, J., “Hel Bomenboek”, Wageningon, Zomer&Keuning Boeken B.V., 1974
Stelt van der, Hans, De bomen in Artis en Hortus, De oude stad, Amsterdam, 1989
Herder de,Wouter, Veen van,Claerisse, Bomen in de winter, Zomer en Keuning, Ede, 980
Flora van Nederland.nl
De Bomenstichting

Liriodendron tulipifera (tulpenboom) aan de Raijmakersstraat

Meeer dan 1000 keer ben ik er op de fiets langs gereden, zonder hem opgemerkt te hebben: de Liriodendron tulipifera (tulpenboom) aan de Raijmakerstraat. Je kunt de boom ook zien van de parallelweg.
Marinus Rouweler wees me erop en stuurde me prachtige foto’s. Toen ik bij de boom stond liep er iemand langs en riep mij toe: ‘mooi hè’. Inderdaad een geweldig mooie boom met prachtige ‘tulpachtige’ bloemen. Tulpen vind ik mooi, maar deze bloemen zijn fantastisch. Ik zal voortaan naar de boom kijken en op het verkeer moeten letten. Als dat maar goed gaat.

Liriodendron tulipifera (tulpenboom) (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • Deze bom is in 1980 geplant.
  • Als de Liriodendron tulipifera in juni volledig in blad zit, bloeit de boom met ± 5 cm grote gele, iets oranje aangelopen bloemen die recht op het einde van een twijg staan.
  • Soms wordt de Magnolia ‘tulpenboom’ genoemd. Het is inderdaad zo dat de bloemen van een aantal magnolia’s wel iets weg hebben van de vorm van de tulp. Er is echter maar één tulpenboom en dat is de Liriodendron tulipifera. Deze boom behoort tot dezelfde familie als de magnolia maar bloeit later. De Liriodendron tulipifera kan tientallen meters hoog worden en wordt daarmee fors groter dan de meeste Magnolia’s.
  • De bloemen vertonen zich als de bladeren er al zijn, wat bij de magnolia’s niet het geval is.
  • .De 3 buitenste bloembladen zijn teruggeslagen.
  • Omdat in de tulpenboom niet alle bloemen tegelijk bloeien, blijven er lang, soms wel tot in juli, nieuwe te zien.
  • De bloemen worden veel bezocht door bijen.

Locatie: aan de Raijmakersstraat aan de kant van de Parallelweg
Coördinaten: 52.362543826308,6.466067421072

Bronnen:
Zie De Tulpenboom (Liriodendron tulipifera) op de gemeentelijke begraafplaats Hellendoorn

Fraxinus excelsior (es) op het Rembrandtplein in Nijverdal

De es komt in Nederland (nog) algemeen voor. Het is een prachtige boom en dat geldt in het bijzonder voor de Fraxinus excelsior (es) op het Rembrandtplein. Deze boom is in 1937 geplant. Hij heeft dus een respectabele leeftijd bereikt, maar het kan ouder. In Dwarsgracht staat een tweehonderdjarige es.
Het geslacht Fraxinus behoort tot de Oleaceae, de olijffamilie. Deze bestaat uit 24 geslachten waaronder forsythia, jasmijn en liguster. Het geslacht fraxinus is weer verdeeld in 49 soorten. De Fraxinus excelsior (es) is als enige hier inheems.
De naam es is afgeleid van het Germaanse asker, dat zowel scherp als speer betekent. Volgens het Germaanse scheppingsverhaal speelt de es een cruciale rol: de eerste mensen zijn geschapen uit de aangespoelde boomstammen Askr en Embla, dat zijn de es en de iep. Uit de es werd de man geschapen en uit de iep de vrouw.

Fraxinus excelsior (es) op het Rembrandtplein (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De Fraxinus excelsior (es) groeit het liefst op voedzame, vochtige grond. Hij kan 40 meter hoog worden. De naam excelsior betekent hoger of verhevener, wat er op duidt dat deze boom boven andere bomen uitsteekt. De bosgrond van de Sallandse Heuvelrug is te droog en te arm voor deze boomsoort. In onze gemeente kun je hem dus vooral aantreffen in parken en op pleinen. De Fraxinus excelsior (es) op het Rembrandtplein is een prachtexemplaar.
  • De es is een bijzondere boom met een onopvallende bloei. Dat wil overigens niet zeggen dat deze niet de moeite van het bekijken waard is, De bloeitijd is in april vóór het uitkomen van de bladeren. De mannelijke bloemen lijken in het begin op een kleine glanzende paarse bloemkool. Als deze bloemen opengaan, verspreiden zij een enorm hoeveelheid stuifmeel. Gelukkig voor de mensen die allergisch zijn voor pollen veroorzaken deze pollen zo goed als geen hooikoorts.
    De vrouwelijke bloemen hebben stampers met donkerrode stempels. Deze veranderen na bestuiving en bevruchting in langwerpige nootvruchtjes. De zachtgroene nootvruchtjes hangen nu (begin juni) al aan de boom. Wanneer ze rijp zijn, kleuren ze bruingeel.
Een trosje nootvruchtjes Fraxinus excelsior (es) (Foto: Marinus Rouweler)
  • Na gebloeid te hebben komt de es als een van de laatste bomen in blad. Dat blad bestaat uit een platte hoofdnerf met 9-13 deelblaadjes. Ze zijn langwerpig, en de bladrand is gezaagd. De deelblaadjes zijn tussen de 5 à 10 cm lang. De bovenkant van de bladeren is donkergroen en de onderkant is lichtgroen. In het najaar laat de boom zijn bladeren betrekkelijk vroeg vallen. Het eerst vallen de deelblaadjes van het samengestelde blad. De steel blijft wat langer zitten.
Blad Fraxinus excelsior (es) (Foto: Marinus Rouweler)
  • ’s Winters hangen in sommige essen bruine gevleugelde nootvruchtjes in grote trossen aan de bomen. Die vruchtjes vallen de hele winter van de takken. Ze zijn zodanig gedraaid dat ze door de wind tientallen meters ver verspreid kunnen worden. In de vrucht zit bovenin één zaadje. Het kan jaren duren voordat de zaden ontkiemen.
Een ‘gedraaid’ nootvruchtje van Fraxinus excelsior (es) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De es die de zaden voortbrengt is een vrouwelijke boom, Hieraan kan je in de winter de vrouwelijke van de mannelijke boom onderscheiden. Als mannelijke en vrouwelijke bloemen ieder aan aparte bomen groeien, noemt men dat tweehuizig. Als er, zoals bij de eik, vrouwelijke en mannelijke bloemen aan één boom groeien noemen we dat eenhuizig (alles in één huis). Bij de es is het ingewikkelder. Sommige bomen zijn mannelijk, andere vrouwelijk. Dus tweehuizig, zou je dan zeggen. Maar let op: we vinden soms mannelijke essen die aan sommige takken ook vrouwelijke bloemen hebben. En omgekeerd. Die zou je dus eenhuizig moeten noemen. Het liefdesleven van een gewone es is zo gewoon nog niet.
  • Je zou de es kunnen herkennen aan het feit dat de takken schuin omhoog staan en dat de stam grijs getint is en gegroefd. Een andere opvallende eigenschap van de boom is de doorzichtige kroon, waardoor onder de boom van allerlei struiken en planten kunnen groeien. De boom is echter vooral goed te onderscheiden door de gitzwarte, viltige knoppen. Er zijn geen andere inheemse bomen met zulke zwarte knoppen.
Knoppen Fraxinus excelsior (es)
  • Het hout van de es droogt gemakkelijk en wordt taai en buigzaam. Het leent zich daarom goed voor gymnastiektoestellen, hockeysticks. honkbalstelen en cricketslaghout. Daarnaast worden van essenhout o.a. onderdelen van gereedschappen, bezemstelen, meubels, ladders en fineer gemaakt.
  • De es heeft te maken met een aantal ziekten en plagen, waarvan er in Europa één uitspringt: de essentaksterfte. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Hymenoscyphus pseudoalbidus met de onschuldige Nederlandse naam ‘vals vlieskelkje’. De schimmel tast aanvankelijk de bladeren en de takken aan, maar uiteindelijk de hele boom. Er is nog geen remedie tegen deze boomziekte, met gevolg dat overal in Europa essen aan die ziekte bezwijken. Ook in onze gemeente zijn bomen waar nodig gekapt. Vooral als ze een gevaar vormen voor de omgeving en het verkeer. Onderzoekers van Wageningen University & Research zijn inmiddels aan het bouwen van nieuwe generaties essen die minder gevoelig zijn voor de essentaksterfte. Dat is van belang voor de instandhouding van 100 planten en dieren die min of meer van deze inheemse boom afhankelijk zijn.
Es, aangetast door essentaksterfte aan de Nicolaas Beetsstraat toegang Blokkenpark
De doorzichtige kroon van de Fraxinus excelsior (es) op het Rembrandtplein

Locatie: Op het Rembrandtplein in Nijverdal tegenover Rembrandplein nr. 21
Coördinaten: 52.359609, 6.466558

Bronnen:
Flora van Nederland.nl
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Bakker, M., ‘Bomen leven’, Amsterdam IVN
10 vragen over de essentaksterfte

Sambucus nigra (gewone vlier) aan de Nicolaas Beestsstraat

De gewone vlier is voor de gemeente Hellendoorn een bijzondere boom/struik; hij staat namelijk als boom in het wapen van onze gemeente.

Toen de wapenkundigen Jhr. Mr. Victor de Stuers en F.A. Hoefer eind 19e eeuw in opdracht van de gemeente Hellendoorn een wapen mochten ontwerpen, kwamen ze tot het volgende voorstel: een veld van azuur (hemelsblauw) met ongekleurde strepen beladen met een vlierboom en klimmend hert van goud(geel) op een terrasse van sinopel (groen). (A. Ponsteen: Het kerkdorp Hellendoorn in vroeger eeuwen.)

Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)

De Raad van Hellendoorn gaf op 20 juli 1898 zijn goedkeuring aan het voorstel en de tekening, vandaar dat sinds die tijd de gewone vlier het wapen “siert”. De vlierboom werd niet zomaar gekozen. Volgens enkele naamkundigen uit die tijd was de naam Hellendoorn namelijk afgeleid van Holunder, dat Vlierboom betekent. Dat niet iedereen de deskundigen geloofde, is misschien, bedoeld of onbedoeld, af te lezen uit de tekening. De toenmalig directeur van het Overijssels Museum heeft de vlierboom namelijk zodanig afgebeeld, dat je er alle kanten mee uit kan.

Ongeacht of de Sambucus nigra (gewone vlier) een plaats verdient in het wapen van Hellendoorn: het is zeker een door veel mensen en dieren gewaardeerde gebruiksboom.
In 1984 schreef ik voor het IVN een artikel over de gewone vlier. Ik vermeldde toen de gewone vlier eind juni in bloei stond.Bijna 40 jaar later zie je eind mei overal de vlierbloemen in grote schermen de bosjes en ander struikgewas opsieren. De gewone vlier is een graadmeter waaraan je kunt zien hoe het klimaat verandert.

Blad Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De gewone vlier is een struik of kleine boom. Hij is niet kieskeurig; voelt zich overal thuis, maar prefereert een verstoorde, voedselrijke, lichte plek. Er zijn meerdere soorten vlieren die op elkaar lijken; de gewone vlier onderscheidt zich van de anderen door het witte merg in de takken.
  • Sambucus is Grieks en betekent ‘fluit’. Van de vlier kun je fluitjes maken. Hoe je dat kunt doen, vind je hier. We hebben er het woord ‘flierefluiter’ aan te danken. Minder muzikale kinderen kunnen het holle takje ook gebruiken als proppenschieter. Nigra komt uit het latijn. Nigra is zwart en verwijst naar de zwarte bessen van de gewone vlier.
  • De bladeren bestaan uit vijf tot zeven getande deelblaadjes met kenmerkende geur die ontstaat wanneer je een blad fijnwrijft. Die geur is zo apart, dat je hem uit duizenden (nou ja) kunt herkennen.
Deelblaadjes Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De gewone vlier is nu (eind mei) getooid met grote roomwitte bloesemtuilen, waaraan je ze in de verte al kon herkennen. Dichtbij gekomen blijken die uit vele bloempjes te bestaan. Elk bloempje heeft 5 kelk- en kroonblaadjes, 5 meeldraden en een driedelige stamper. . Ook de bloesem van de Vlier is opvallend geurig. De bloempjes worden bestoven door insecten, in het bijzonder door zweefvliegen.
Bloemscherm Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)
  • Vanaf eind augustus zijn de bessen een gewilde voedselbron voor vogels. Vooral merels, lijsters en spreeuwen eten er graag van en zijn belangrijke zaadverspreiders.
  • Het is bekend, dat de gewone vlier vroeger werd beschouwd als de huisapotheek voor de gewone mensen. Vele kwalen en ziektes werden bestreden met “brouwsels” van vlierbloesem en vlierbessen. Ook nu worden zijn geneeskrachtige eigenschappen nog vaak aangewend.
Bloempjes Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)
  • Paddenstoelen hebben vaak betekenisvolle namen. Denk daarbij aan de aardappelbovist, eekhoorntjesbrood, geweizwammetje enz. Zo is er ook een paddenstoel, die de naam judasoor draagt. Een tamelijk zeldzame paddenstoel, die hoofdzakelijk te vinden is op oud hout van …… de vlier. Op plaatsen waar oude vlieren staan, moet je maar eens naar die paddenstoel zoeken. Hij heeft de vorm van een oor, is bruinrood van kleur en zacht behaard. Het schijnt dat Judas Iskariot zich, nadat hij Jezus verraden had, opgehangen had aan een vlier. Door het afbreken van een tak was hij daarbij een oor kwijtgeraakt. Sinds die tijd komt, als herinnering daaraan, op sommige oude vlieren het zogenaamde judasoor voor. Aangezien de gewone vlier echter niet inheems is in de Palestijnse regio, is dit verhaal waarschijnlijk niet waar. Het is echter een leuk anekdote; legenden rond bomen maken deze nog interessanter dan ze al vaak zijn.
Bloemknoppen Sambucus nigra (gewone vlier) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie: op de hoek van het Blokkenpark aan de NicolaasBeetsstraat naast nr. 15
Coördinaten: 52.356970, 6.467985

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij

Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) aan de Holterweg

Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) (Foto: Marinus Rouweler)

Vanaf midden mei is het de beurt aan de Amerikaanse vogelkers om kleur te geven aan de bosranden. Deze boomsoort ook wel bekend als ‘bospest’ is nog niet zo heel lang in Nederland. De Amerikaanse vogelkers komt van nature voor in het oosten van de Verenigde Staten. De boom werd rond 1630 naar Europa gebracht, maar pas begin 1900 beperkt toegepast in de Nederlandse tuinen en bossen. Rond 1930 werd de boom op de volgende manier aangeprezen door de befaamde houtvester Maurits. de Koning:

‘Bij uitstek geschikt. . .
„Nog een struikhout, dat op onze zandgronden belangrijke diensten bewijst is de uit Oost-Amerika ingevoerde Amerikaansche Vogelkers met zijn trossen witte bloemen. Tegen het najaar draagt hij donkerpurpere bessen, die bij den vogels zeer in trek zijn. Van aesthetisch standpunt gezien, Is deze struik voor ons bosch van groote waarde, en de geringe eischen, die hij aan den grond stelt, zijn snelle groei en zijn groot uitstoelingsvermogen maken hem bij uitstek geschikt voor den boschhouw. Als onderplanting in brandsingels en als windmantel ziet men hem overal’
.

De invoering van deze exoot liep echter lelijk uit de hand, ook op de Sallandse Heuvelrug. Vogels en zoogdieren zaaiden de kersen flink uit en al gauw dook de Prunus serotina overal op en verdrong hij alle andere struiken. Door uitbreiding van het heideareaal en structurele bestrijding van de Amerikaanse vogelkers heeft men de uitbreiding tot stilstand gebracht. Door nieuwe beheermethoden toe te passen is de boom niet meer zo dominant aanwezig als vroeger.

Bijzonderheden:

  • De Amerikaanse vogelkers werd tussen 1910 en 1950 aangeplant vanwege zijn vermeende bodemverbeterende eigenschappen. Het snel verterende blad zou bij moeten dragen aan een verbeterde humusvoorraad. De resultaten vielen tegen, want de bijbehorende schimmels en bodemdieren waren onvoldoende aanwezig. Daarnaast verwilderde de Amerikaanse vogelkers op grote schaal en koloniseerde overal braakliggende gronden en natuurgebieden.
  • De Prunus serotina heeft heel bijzondere eigenschappen. Hij geeft bijvoorbeeld de voorkeur aan vochtige grond, maar blijkt het ook op arme droge zandgronden wonderwel goed te doen. Hij is volledig vorstgevoelig en verdraagt schaduw. Daarnaast heeft hij bijna niet te kampen met ziekten en plagen.
    In zijn thuisland, het oosten van de Verenigde Staten, kan hij uitgroeien tot een 30 meter hoge boom met een forse omvang. Op de arme gronden in Nederland haalt hij die hoogte lang niet en is het vaak de struikvorm die je ziet.
  • De Amerikaanse vogelkers is een bladverliezende boom. De langgerekte bladeren zijn 5-12 cm groot en 2 tot 5 cm breed. Ze zijn van boven glanzend donkergroen. Ze hebben een gezaagde bladrand. Als je een blad kneust ruik je een amandelgeur.
    In de herfst verkleurt het blad van groen naar geel, voordat het afvalt.
Blad en bloemen Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) (Foto: Marinus Rouweler)
  • De witte bloemen laten vrij lang op zich wachten. (Het latijnse woord serotina betekent ‘laat uitlopend’). Zo ongeveer half mei verschijnen ze in trossen aan de twijgen. Elke tros telt 20 tot 60 bloempjes. Ze ruiken wat mij betreft niet echt lekker, maar daarover verschillen de meningen. Belangrijker is dat insecten, waaronder vlinders, zweefvliegen en bijen de talrijke bloempjes weten te vinden en voor de bestuiving zorgen.
Kleine vuurvlinder op Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) (Foto: Marinus Rouweler)
  • In de herfst levert een deel van de bloemen 4-8 mm grote kersen. Voordat ze rijp zijn verkleuren ze van groen, naar rood en vervolgens van donkerpaars naar zwart.
  • Vogels zoals houtduiven, gaaien, spreeuwen, merels en andere lijsterachtigen weten de kersjes inmiddels te waarderen. Via hun uitwerpselen wordt de Amerikaanse vogelkers verspreidt. De kersjes kiemen goed en na 4 jaar draagt de nieuwe struik zelf bessen.
  • De twijgen hebben kenmerkende grijze streepjes; de zogenaamde lenticellen. Dit zijn net als de huidmondjes in de bladeren, ademhalingsorganen van de boom. Als je de bast van het twijgje openkrabt, ruik je ook een sterke amandelgeur.
  • Jonge stammen en takken hebben een roodbruine gladde schors. Oudere stammen hebben een stam met schubben met gedraaide randen. Die dunne schubbige plakkaten schilferen na verloop van tijd af.
  • De Amerikaanse vogelkers heeft een penwortel. Die penwortel ontwikkelt een uitgebreid wortelstelsel dat in staat is om metersdiep in de bodem door te dringen op zoek naar water.. De struik/boom ontwikkelt zich tot een ware plaag, vooral ook omdat hij met zijn uitgebreide wortelstelsel het omringende gewas schade berokkent, doordat hij veel water en voedingszouten aan de grond onttrekt. Dat wortelstelsel zorgt er ook voor dat de struik na iedere snoeibeurt toch weer uitloopt. De nieuwe loten kunnen in één jaar twee à drie meter hoog worden. Dat is dan ook de reden dat bosbouwers waar nodig de struik met wortel en tak uitroeien en daarbij – tot niet zo lang geleden – niet schuwden ook agressief inwerkende chemicaliën (waaronder glyfosaat/ Roundup) te gebruiken.
  • Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is ongeveer 250 miljoen euro uitgegeven voor het bestrijden van de Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers). Het bleek een onbegonnen werk….. If you can’t beat them, join them. De afgelopen 10 jaar zijn allerlei beheerstrategiën ontwikkeld die afhankelijk van de begroeiingstypen kunnen worden ingezet.
  • Het grootste deel van de Sallandse Heuvelrug valt onder het begroeiingstype ‘open landschap’. Natuurlijke successie leidt onherroepelijk tot de vestiging van bomen, vooral van pioniersoorten als grove den, berk, vuilboom, en uiteraard ook Amerikaanse vogelkers. Begrazing kan dit proces vertragen, maar actief beheer is meestal nodig om het open karakter van deze landschappen te behouden. Gelukkig wordt het zaad van de Amerikaanse vogelkers niet door de wind verspreid, maar via vogels en zoogdieren. Vogelkerszaailingen vind je op de heide dan ook vaak bij dennetjes of berkjes die vogels als rustbomen gebruiken. Dee struik/boom is in het heidebeheer vooral lastig langs bosranden waarin zaadbomen voorkomen en daar waar het bos verwijderd is ten behoeve van heideontwikkeling. Hier zijn de kiemomstandigheden optimaal en is meestal nog zaad aanwezig.
Bloemtros Prunus serotina (Amerikaanse vogelkers) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie: aan de Holterweg, ter hoogte van het einde van het ‘Kattenbos’.
Coördinaten: 52.344141, 6.453667

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
https://vogelkers.nl/
Koning de, Maurits, Van Bosschen en Boomen
Flora van Nederland.nl