In de ban van het bos

Er is nog maar een fractie over van het oerbos dat de aarde ooit bedekte. Schrijvers en wetenschappers wijzen op wat we kunnen leren van de oeroude intelligentie van bossen en van de samenwerking tussen bomen onderling. Met o.a.: Bestsellerauteur Annie Proulx schreef een roman over de ontbossing van Noord-Amerika. Ze wijst op de gebalanceerde, respectvolle relatie die de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika hadden met de natuur. Activist Ken Wu adopteerde op Vancouver Island de eeuwenoude, zeventig meter hoge Douglasspar ‘Big Lonely Doug’. Hoogleraar bosecologie Robin Wall Kimmerer combineert haar wortels in de Potawatomi-stam met wetenschappelijke methodes en leert haar studenten luisteren naar wat miljoenen jaren oude levensvormen ons te vertellen hebben. Bomenonderzoeker Suzanne Simard legde complexe systemen bloot waarin bomen met elkaar communiceren. Zij ziet bossen als gemeenschappen die meer aan ons verwant zijn dan je op het eerste gezicht zou zeggen.
Deze uitzending van het programma Tegenlicht met de titel In de ban van het bos werd uitgezonden op zondag 8 september door de VPRO.

Perzische Slaapboom of Zijdeacacia (Albizia julibrissin Boubri (Umbrella)

Deze boom staat in het parkje tegen de tunnel naast de ingang naar het station vanaf de Grotestraat. Het is nu (2019-09-14) een opvallende boom. Terwijl de eiken hun eikels al laten vallen, staat deze boom nog met een paar bijzondere bloemen te bloeien. Ga de plant maar eens van dichtbij bekijken, je ziet dan ook de dubbelgeveerde bladeren. Ze vouwen zich bij het vallen van de avond in slaapstand. Vandaar de naam ‘slaapboom’.

Bijzonderheden

  • Het geslacht Albizia bestaat uit een 150-tal soorten groeiend in tropische en subtropische regio’s. Een aantal (gekweekte) soorten doet het ook goed in ons huidige klimaat/land, waaronder de Albizia julibrissin Boubri (Umbrella).
  • De boom staat tot half mei in de wintermodus. Dan pas verschijnt het eerste groen. Daarna gaat het ook snel; uit de knopjes ontwikkelen zich de dubbelgeveerde bladeren die vrij groot kunnen worden.
  • De roze bloemen bloeien 6 weken later in juli/augustus en soms ook nog in september. De pluizige bloemen vallen op door de lange roze meeldraden.
  • Eind september/ begin oktober begint de lange winterrust weer.
  • Albizia is genoemd naar Filippo degli Albizzi, een natuurliefhebber die een exemplaar van Albizia julibrissin in 1749 meenam van Constantinopel (Istanbul, Turkije) naar Florence (Italië). De soortnaam ‘julibrissin’ komt uit het Farsi ‘gul-i-abrischin’. ‘Gul’ betekent bloem en ‘abrischin’ betekent zijde; dit verwijst naar de lange, zijdeachtige meeldraden.

Locatie:
Grotestraat in het parkje ter hoogte van ’t Achterom (achter :de katholieke kerk)
Coordinaten: 52.365983, 6.462538

Bronnen:
Website van de botanische tuinen
Bomenrijk in Rotterdam, Voskuil J. et al, Stichting Arboretum Trompenburg. Uitgave 1983

Winterlinde (Tilia cordata ‘Böhlje’ aan de Nicolaas Beetsstraat

Donderdag 25 juli 2019 was het in Gilze-Rijnen 40,7 graden; een hitterecord. Mensen met bomen en struiken in hun tuin zullen die temperatuur daar niet gemeten hebben. Bomen brengen verkoeling. Uit een onderzoek van de Technische Universiteit van München blijkt dat winterlindes voor veel natuurlijke schaduw zorgen. Bovendien verdampen de bladeren veel water, wat het microklimaat rond de boom koeler maakt, In Nijverdal zijn veel winterlindes aangeplant. Ze staan onder andere aan de Nicolaas Beeststraat aan de kant van de Rietslenke. In het stukje tussen de Mensinksweg en de Bilderdijkstraat zijn er, als ik goed geteld heb, 35 exemplaren te bewonderen.

Bijzonderheden

  • Lindes wortelen diep in de ondergrond. Dat is maar goed ook want die wortels moeten de bladeren ook bij hoge temperaturen van voldoende vocht kunnen voorzien.
  • De blaadjes van Tilia cordata zijn vrij klein. Dat is de reden dat de winterlinde ook wel ‘kleinbladige linde’ wordt genoemd.
  • Begin juli kleurt de boom geel-groen door de vele groengele steunblaadjes van de talrijke bloempjes.
  • De linde is qua biodiversiteit van groot belang. Het blad en en de bloesem zijn een belangrijke voedselbron vele dieren. Met name insecten en in het bijzonder de honingbijen zijn graag geziene gasten.
  • De soort ‘Böhlje’ is populair omdat deze weinig last heeft van luisaantasting en de daarmee samenhangende kleverige honingdauw en ‘druipt’ daardoor minder dan andere lindes. De boom is mede daardoor zeer geschikt als laanboom.
  • De ‘Böhlje’ is genoemd naar de Baumschule (kwekerij) Böhlje in Westerstede die de boom rond 1890 selecteerde en in cultuur bracht.

Locatie
Nicolaas Beetstraat 2-16 Nijverdal
Coördinaten: 52.357339, 6.47831

Bronnen:
Mauritz, Jan P. Tilia cordata, Boom van het jaar 2016.
Goudzwaard, Leo. Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij.

Valse christusdoorn ( Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’)

Tijdens de zomer merk je pas hoe prettig het is als er in een winkelstraat bomen geplant zijn.
Op het Keizerserf staan sinds 2000 een rij valse christusdoorns ( Gleditsia triacanthos ‘Sunburst’).
Met zijn fijn geveerde bladeren en luchtig lichtdoorlatende vertakte kroon is de valse christusdoorn een aantrekkelijke boom voor deze winkelstraat

De boom komt van nature voor in het oosten en midden van de Verenigde Staten. Van oorsprong heeft de boom grote drievoudige vertakte doorn aan stam en takken. In de loop der jaren zijn er een groot aantal gekweekte cultivars (Gekweekte rassen) zonder of met kleine doorns op de markt gekomen, waaronder de ‘Sunburst’.

Bijzonderheden

  • De Gleditsia is vernoemd naar de man die veel onderzoek naar dit geslacht heeft gedaan: dr. Johann Gottlieb Gleditsch (1714-1786), destijds directeur van de Berlijnse botanische tuin.
  • De boom groeit goed op zandige, droge gronden. Hij heeft ook weinig hinder van bestrating
  • De bladeren verschijnen laat aan de de boom, soms pas in mei. Het blad is eerst lichtgeel, het verkleurt vervolgens geelgroen en het eindigt in de herfst goudgeel.
  • Het blad verteert snel.
  • De ‘Sunburst’ cultivar bereikt een hoogte van 10 to 12 meter.
  • De naam ‘valse christusdoorn’ heeft de boom te danken aan de doorns van de oorspronkelijke Gleditsia triacanthos. Deze doorns doen volgens sommigen denken aan de doornenkroon van Christus. Omdat er al een ‘echte’ christusdoorn bestaat ‘Paliurus spina-christi,’ heeft de Gleditsia Triacanthos en zijn gekweekte afstammelingen de naam ‘valse’ christusdoorn gekregen. De cultivar ’Sunburst’ heeft geen doorns.

Locatie:
Keizerserf 2 – 38 Nijverdal
Coördinaten: 52.363862, 6.459930

Bron:
Maurits Jan P., Het geslacht Gleditsia; de vals christusdoorn, Pdf

Japanse esdoorn, (Acer palmatum ‘Atropurpereum’)

(Foto: Marinus Rouweler)

De Japanse Tuin is het pronkstuk van landgoed Clingendael. Hier zijn prachtige en zeldzame bomen en planten te zien. De tuin is heel kwetsbaar. Daarom is de Japanse Tuin slechts een aantal weken per jaar open. Een aantal jaar gelden ben ik er geweest en vanaf die tijd moet ik er altijd aan denken als ik een Japanse esdoorn zie. Op de gemeentelijke begraafplaats aan de Ninaberlaan staat een mooi exemplaar, geplant in 1937.

(Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • Acer palmatum ‘Atropurpureum’ is een bekende vertegenwoordiger van de Acer palmatum-familie.
  • De boom heeft prachtige rood-paarse bladeren. Deze zijn in de herfst op z’n mooist
  • De struik groeit langzaam en wordt niet erg hoog.
  • Plantenverzamelaar J.R. Reeves introduceerde in 1832 de ‘gewone’ Acer palmatum vanuit Japan in Engeland.
(Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan.
Coördinaten: 52.382312, 6.453565

Bron: 
O.a. Geoffrey Smith, Struiken en Heesters, uitgeverij Helmond, Helmond

Mexicaanse groenblijvende eik (Quercus rhysophylla ‘Maya’)

(Foto: Marinus Rouweler)

Een paar jaar geleden heb ik de Boomspiegel-reeks van F.J. Fontaine gekocht. Uitgave 4 (verschijningsjaar 1988) gaat over het geslacht Quercus (Eik). Dit geslacht omvat meer dan 500 soorten. In het boek wordt vermeld dat er groenblijvende eiken bestaan. Omdat deze soorten hier niet winterhard zijn, besteedde Fontaine er echter niet veel aandacht aan. Inmiddels is de cultivar ‘Maya’ van de soort Quercus Rhysophylla gekweekt. Deze is ontstaan uit zaailingen van de Quercus rhysophylla en blijkt beter bestand tegen de winterkou dan de gewone soort. Een afstammeling is te bewonderen op de begraafplaats aan de Ninaberlaan. Deze is daar in 2012 geplant en gedijt er prima.

(Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De soort Q. rhysophylla is een, omstreeks 1978 vanuit Mexico in cultuur gebrachte boom. Deze bleek toen in Noordwest-Europa niet winterhard te zijn.
  • In Mexico zijn meerdere soorten groenblijvende eiken inheems.
  • Misschien biedt de klimaatverandering ook voor deze bomen nieuwe kansen.
  • De bladeren zijn opvallend groot, leerachtige en glanzend. Ze hebben een golvende rand. In de eerste fase zijn de bladeren diep bruinoranje tot karmozijnrood. Later verkleuren ze langzaam naar donkergroen.
  • De boom heeft zijn naam te danken aan Charles Alfred Weatherby ((1875-1949). Rhysophylla komt van het Griekse ῥυσός (rhysos),=gerimpeld en φύλλον (phyllon)=blad.

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan.
Coördinaten: 52.383210, 6.452150

Bron:
Quercus rhysophylla ‘Maya’

(Foto: Marinus Rouweler)

De reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’

Bijzonderheden:

In een van mijn naslagwerken las ik dat de reuzenlevensboom een echte ‘begraafplaatsboom’ is. Op de gemeentelijke begraafplaats aan de Ninaberlaan hoef je niet lang naar deze boom te zoeken. Na de ingang staat rechts aan het pad een volwassen reuzenlevensboom.

Naambordje bij boom (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • In het midden van de 19de eeuw werd de reuzenlevensboom in Noord-Amerika ontdekt door plantenverzamelaar William Lobb. Het verzamelde zaad nam hij mee naar Engeland. De boom raakte in de mode bij landgoedeigenaren.
  • De boom op de begraafplaats is er in 1918 geplant en is inmiddels dus al meer dan 100 jaar oud.
  • De reuzenlevensboom heeft glanzende, donkergroene schubachtige bladeren die dakpansgewijs op de takken liggen en van onder wittig zijn.
  • De soortnaam ‘Zebrina’ dankt de boom aan het gestreepte patroon op de bovenzijde van de twijgen.
  • Mensen schreven de Thuja plicatan een grote kracht toe en dachten dat je iets van die krachten kon ontvangen door met je rug tegen zo’n boom te gaan staan.
  • De reuzenlevensboom staat bekend om zijn sterke, prettige geur na kneuzing.
  • De reuzenlevensboom levert licht en duurzaam hout waaronder oranjebruin kernhout. Dit staat bekend als western red cedar en wordt veel gebruikt voor palen en schuttingen.
Een ‘zebra-patroon’
Reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
op de gemeentelijke begraafplaats Hellendoorn, Ninaberlaan 34
Coördinaten: 52.381783,6.453056

Bronnen:
https://www.botanischetuinen.nl/planten/plant/1639/thuja-plicata/

De Japanse parasolden Sciadopitys Verticilata

Japanse parasolden (Sciadopitys verticilata) (Foto: Marinus Rouweler)

In het grasveld langs het fietspad aan de Ninabelaan schuin tegenover de ingang van de begraafplaats staat een kleine, maar bijzondere conifeer; de Japanse parasolden. De naam is misleidend; het is geen den. Men noemt hem waarschijnlijk zo, omdat naaldhoutbomen nu eenmaal vaak ‘dennetjes’ worden genoemd.

Bijzonderheden

  • De Japanse parasolden is geen den, geen spar; hij vertegenwoordigt een op zichzelf staande groep en heeft geen naaste verwanten.
  • De Japanse parasolden hoort van nature thuis in de bergen van de Japanse eilanden Honshu, Shikoku en Kyushu. Sciodcpitys.
  • De boom werd reeds in 1773 door de Zweedse botanicus Thunberg op zijn Japanse reis gevonden; hij dacht, dat het een Taxus was. Het duurde nog tot 1859, voordat Dr. von Siebold zaden naar Leiden stuurde. Bomen, opgekweekt uit die zaden, zijn hier en daar nog in leven.
  • Evolutionair gezien is het geslacht heel oud, net als het geslacht Ginkgo. Hij is bekend van fossielen uit het Trias, zo’n 230 miljoen jaar geleden.
Takje van Japanse parasolden (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
In het grasveld langs het fietspad aan de Ninaberlaan, schuin tegenover de ingang van de begraafplaats.
Coördinaten: 52.381793,6.452233

Bron:
Blijdenstein Nieuws 30, januari 2013

Geplaatst: 2019-04-27