Populus canescens ‘De Moffart’ (Grauwe abeel) in het Blokkenpark in Nijverdal

Populus canescens ‘De Moffart’ (Grauwe abeel) (Foto: Marinus Rouweler)

Fietsend over het fietspad dwars door het Blokkenpark zie je een aantal bomen hoog boven de andere bomen uittorenen. Het zijn grauwe abelen ‘De Moffart’. Ze hebben een dikke statige stam met takken vol prachtige zilverachtige blaadjes.
Populus x canescens, komt al vanaf de middeleeuwen voor in België en Nederland. De soortnaam canescens betekent ‘grijsachtig/ grijs wordend’ Deze populierensoort is een kruising tussen Populus alba x Populus tremula, de ratelpopulier. De bomen in het Blokkenpark zijn stekken van wortelopslag (nieuwe loten vanuit de wortels) van een grauwe abeel uit Schulen. België). Deze stond op het landgoed van baron de Moffarts. Die grauwe abeel had zulke goede eigenschappen dat de stekken vanaf 1958 onder de naam “De Moffart’ commercieel gekweekt en verhandeld werden. Negen jaar later werden er een paar in het Blokkenpark geplant.
Populus canescens ‘De Moffart’ wordt nog steeds geprezen om zijn kwaliteiten: hij is weinig gevoelig voor vorst en droogte, hij kan goed tegen de wind en heeft weinig last van ziektes.Hij maakt wel veel wortelopslag, zoals je hieronder kunt zien.

Wortelopslag (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De blaadjes van Populus canescens ‘De Moffart’ zijn driehoekig tot eivormig. Aan de bovenkant zijn ze groen en aan de onderkant eerst wit en later grijswit. Met een vergrootglas is goed te zien dat het wit gevormd wordt door een dichte ‘vacht’ van haartjes. De bladeren hangen wat ‘losjes aan de takken’. Bij het geringste zuchtje wind hoor je het ritselen van de beweeglijke blaadjes.

  • De bloemen hangen al vroeg in het voorjaar aan de bomen. Ze vallen erg op, want de blaadjes verschijnen pas later.
  • De Populus canescens is tweehuizig. Dat wil zeggen dat het een boom is met alleen vrouwelijke of alleen mannelijke bloemen. De exemplaren van de Populus canescens ‘De Moffart’ in het Blokkenpark hebben alleen mannelijke bloemen. Je zult dus geen vruchten aantreffen.
  • De schors ziet er uit als een soort hiërogliefenschrift met putjes, bultjes, streepvormige spleetjes. Het zijn openingen waardoor de boom in de winter ademt bij gebrek aan blad, dat die functie in de zomer overneemt. Schorsporiën of lenticellen worden ze genoemd.
  • Op de stam van de grauwe abeel kun je, als er oog voor hebt, vaak ‘tekeningen’ vinden die aan ogen doen denken. Het zijn littekens van afgebroken zijtakken.

  • De groeikracht van de Populus canescens ‘De Moffart’ is enorm. Vergeleken met een eik is hij een raceauto. Alles gaat harder en heftiger. Binnen 30 jaar konden de bomen al over het Helmerink heen kijken. Het is maar goed dat zij in het Blokkenpark staan en niet naast een gebouw. Ook de wortels zijn namelijk krachtig; ze kunnen funderingen, wegen en leidingen flink ontwrichten.
  • “Herinnering aan Holland” van de Nederlandse dichter Hendrik Marsman (1899-1940) werd in 2000 gekozen als het gedicht van de 20e eeuw. In dit gedicht heeft de populier een prominente plaats.
    Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder staan;. ……….
  • De populier was lange tijd met recht een ‘volksboom’. Zijn Latijnse naam ‘Populus’ is zelfs afgeleid van ‘Arbor populi’ boom van het volk!
  • Ons woord popelen is weer afgeleid van populus/populier en verwijst naar de beweeglijke blaadjes van de populier.
  • Op en in de populier leven vele planten en dieren: mossen, korstmossen bijen, wespen, bladluizen, mieren, rupsen van de satijnvlinder, maar ook vogels zoals de grote bonte specht. Meer informatie vind je hier.

Locatie: Blokkenpark in Nijverdal
Coördinaten: 52.356497, 06.470254

Bronnen:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Smit, J .,Versprille, B., Bolscher, G.J.J., ‘Populus- Populieren voor weg- en parkbeplantingen, Dendroflora 52, (2016)
Mauritz, Jan P., ‘Niet alleen om klompen te maken’, Boomzorg.nl


Tilia mongolica ‘Buda'(Mongoolse linde) aan de van Alphenstraat in Nijverdal

Tilia mongolica ‘Buda’ (Foto: Marinus Rouweler)

Binnenkort gaan de lindebomen weer bloeien.
Toen we in Nijverdal kwamen wonen, stonden er in de Grotestraat geen platanen, zoals nu, maar linden. Die gingen in 1984 bij de reconstructie van de Grotestraat voor de bijl. De winkeliers en het winkelend publiek hadden namelijk in de zomer veel last van de honingdauw. Honingdauw is een suikerhoudende kleverige substantie die wordt uitgescheiden door lindebladluizen die zich te goed doen aan de sappen in de bladeren.
Deze honingdauw drupt naar beneden en besmeurt de voorwerpen in de directe omgeving van de boom, zoals bankjes, wegdek en nog erger: de auto. Wanneer op de honingdauw roetdauwschimmels groeien, verandert de kleverige laag in een zwarte massa, wat de ergernis nog groter maakt.
Overal verdwenen in de loop der jaren de lindelanen. De boomkwekers zaten echter niet stil. Via selectie, enting en door soorten te kruisen zijn er lindebomen geteeld, die resistent zijn tegen lindebladluizen
Een van die soorten is Tilia mongolica ‘Buda. Aan de van Alphenstraat in Nijverdal, aan de kant van het Helmerink, staan 5 exemplaren.

Blad Tilia mongolica ‘Buda’ (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • De oervorm van de Tilia mongolica ‘Buda’ komt oorspronkelijk uit Noord-China en natuurlijk uit Mongolië. Het is een langzaam groeiende boom. Hij wordt ongeveer 10 meter hoog.
  • Deze variëteit is gekweekt in de tuinen van de universiteit van Boedapest, Hongarije.
  • De variëteitsnaam ‘Buda’ heeft niets te maken met Boeddha, maar verwijst naar ‘Budapest, de hoofdstad van Hongarije.
  • De boom gedijt goed op droge plaatsen en kan goed tegen hitte.
  • De bladeren zijn in vergelijking met andere lindeblaadjes vrij grof getand. In de herfst kleuren ze geel.
  • De boom bloeit in juni met opvallende dof groengele bloempjes. Het is een echte bijenboom (bee tree).
Bloemknoppen Tilia mongolica ‘Buda’ (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie: Aan de van Alphenstraat bij het Helmerink in Nijverdal
Coördinaten: 52.356060, 6.467079

Bron:
Boomkwekerij Udenhout

Paulownia tomentosa (Anna Paulownaboom) aan de Merelweg in Nijverdal

‘Want een boom, een boom is een bruiloft’
Hans Andreus

Als we in een stad zijn, gaan we graag even naar een hortus of arboretum. Een hortus botanicus is een plantenverzameling met een wetenschappelijk karakter. In een arboretum is een verzameling bomen te bezichtigen. Net als veel gewone bedrijven hebben deze tuinen te lijden van de coronacrisis. Ik ben daarom lid geworden van de vriendenvereniging van de Hortus Botanicus Amsterdam. Op de website van de Hortus Botanicus Amsterdam luisterde ik naar een van de podcasts die ze hebben opgenomen. Het onderwerp was de Anna Paulownaboom. Het was een geweldig leuk verhaal, zodat ik direct dacht: ‘zou er in onze gemeente Hellendoorn ook een exemplaar te vinden zijn”. Dat bleek inderdaad het geval.

Paulownia tomentosa is een vorstelijke boom. Hij komt van oorsprong uit China en is vandaar eeuwen geleden in Japan beland. In beide landen stond de boom in hoog aanzien en werd veel bij tempels en keizerlijke verblijven aangeplant. Rond 1830 werd de boom in Europa geïntroduceerd. Het werd de lievelingsboom van koningin Anna Paulowna, dochter van de Russische Tsaar Paul I en echtgenote van de Koning Willem II. Als eerbetoon vernoemde de arts-botanicus Philipp Franz von Siebold de boom naar haar; Paulownia tomentosa. De soortnaam tomentosa betekent viltig, harig. Dit heeft niets te maken met koningin Anna Paulownia maar duidt op het feit dat alle jonge delen van de boom (knoppen, twijgen, bladeren) behaard zijn.

Bladeren van de Paulownia tomentosa

Bijzonderheden

  • De Paulownia tomentosa aan de Merelweg is in 2006 geplant en wordt ± 12 meter hoog. De Nederlandse naam is ‘Anna Paulownaboom’. De Engelse benaming is ‘Princess Tree’ en in Japan heet de boom ‘Kiri Zoku’.
  • De langesteelde donkergroene bladeren worden opvallend groot, soms wel 40 cm. Ze lijken op die van de Catalpa bignonioides (Trompetboom). De bladeren van de Anna Paulownaboom zijn echter aan beide zijden viltig behaard en staan twee aan twee tegenover elkaar. Dat is bij de Trompetboom niet het geval.
  • De bloemen laten zich pas laat in het voorjaar (eind april, begin mei) zien. Het is de moeite van het wachten waard; de bloei is indrukwekkend en uitbundig. Aan bijna alle takken verschijnen grote trossen blauwpaarse bloemen. De afzonderlijke bloemen lijken qua vorm op de bloemen van het vingerhoedskruid en hebben aan de binnenkant een donkerpaars met gele vlek. De bloemen trekken veel bijen en hommels aan.
  • Uit de bloemen ontstaan eivormige, 3-4 cm lange, spitse, tweekleppige doosvruchten. Elk met meer dan 1500 gevleugelde zaadjes. Een forse boom kan meer dan 1 miljoen zaadjes voortbrengen. Deze kunnen door de wind over een grote oppervlakte worden verspreid. Het is maar goed dat de gekiemde zaadjes een strenge winter meestal niet overleven, anders zou Paulownia tomentosa weleens een plaag kunnen worden.
  • Bijna alles is buitengewoon aan de Paulownia tomentosa: de enorme bladeren, de grote bloemen, de bijzondere zaaddozen met daarin meer dan 1500 zaden. Zo ook hun enorme groeikracht. In gebieden met warme zomers, zachte herfsten en milde winters kan een zaadje in een jaar uitgroeien tot boompje van 3 meter. Na 3 jaar is hij al 5 meter hoog.
  • Over de boom doen een paar mooie verhalen de ronde:
    • De Paulownia tomentosa als contactadvertentie
      In China was het vroeger de gewoonte om bij de geboorte van een meisje een Paulownia tomentosa te planten. De boom en het meisje groeiden samen op. Wanneer de boom volwassen was (meestal na ± 15 jaar) en bloeidem, wist iedereen uit de omtrek dat het meisje huwbaar was. Als het meisje ging trouwen werd de boom omgehakt en diende als bruidsschat.
    • Een Paulownia tomentosa verschepen van Japan naar Europa was een lastig karwij. Toch groeiden er in de 19e eeuw in veel grote havensteden meerdere exemplaren van de Paulownia tomentosa. Dat kwam zo. In die tijd was het Chinees porselein een belangrijk exportproduct. Om het porselein tegen breuk te beschermen werden de leerachtige doosvruchten van Paulownia tomentosa gebruikt om lege ruimtes op te vullen. De doosvruchten waren als het ware de voorlopers van het bubbeltjesplastic. Bij aankomst in de havens sneuvelde er wel eens een kist en sprongen er doosvruchten open met als gevolg dat er overal Paulownia’s ontkiemden
Vruchtdoos, Foto: Ten Hoven Bomen

Locatie: aan de Merelweg in Nijverdal voor huisnummer 10
Coördinaten: 52.360443, 6.488063

Bron:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij
Hans van der Stelt,De bomen in Artis en Hortus, De Oude Stad, 1989

De Wilde Lijsterbes (Sorbus aucuparia) aan de Lage Esweg

Wij hadden vroeger een vogelbosje met onder andere een paar wilde lijsterbessen en aalbessen (Ribes rubrum). Aalbessen vind ik lekker, maar merels en lijsters lusten ze ook. Op zich had ik daar geen moeite mee, want er bleven nog genoeg bessen voor mij over en ik wist dat het tijdelijk was. Als de bessen (eigenlijk steenvruchten) van de wilde lijsterbes rijp waren, zouden de merels en de lijsters de aalbessen links laten liggen. Midden juli was het meestal zo ver.
Wilde lijsterbessen bloeien nu (2020-05-03). Wanneer je het weet, ziet je ze overal. In ieder seizoen is er wel iets specifieks aan deze boom/struik. In de lente de roomkleurige bloemen, in de zomer de opvallende blaadjes, in de herfst de bessen (steenvruchten) en in de winter de donkere sterk behaarde knoppen.

Wilde lijsterbes aan de Lage Esweg

Bijzonderheden;:

Zo sterk is een wilde lijsterbes, foto Hans Kaljee
  • De wilde lijsterbes is een sterke boom. Hij doorstaat met gemak lage temperaturen en in tijden van droogte kan hij, zonder dat het hem deert, een deel van zijn bladeren laten vallen. Hij verdraagt vrij veel schaduw en heeft weinig te lijden van ziekten.
  • Het blad bestaat uit allemaal kleine blaadjes aan de steel, meestal 11 tot 19, die zelf geen steeltje hebben Alleen het eindblad heeft een steeltje van 2 cm Het hele blad is 20 cm. De deelblaadjes zijn gezaagd. De bovenkant is donkergroen en kort na het uitlopen zilvergrijs behaard. De onderkant is viltig grijsgroen.
  • De platte schermen met kleine roomwitte bloemen verspreiden in mei en juni een weeïge geur.
  • De “bessen” van de lijsterbes zijn eigenlijk geen bessen, maar steenvruchten. In de oranjerode vruchtjes bevinden zich namelijk 2 à 3 steenharde zaden die in juli/augustus rijp zijn en het einde van de zomer inluiden. De “bessen” bevatten veel vitamine C. Vogels zorgen voor de verspreiding, omdat de onverteerbare zaden hun lichaam weer verlaten. Dit is een prima samenspel: de boom zorgt met haar bessen voor het in standhouden van lijsters en lijsters zorgen als tegenprestatie voor het voortbestaan van de wilde lijsterbes.
  • De wilde lijsterbes is – ook in Hellendoorn- een zeer algemene boom, die in allerlei soorten landschap prima gedijt, van vlakten tot heuvels, van schaduwrijke plekken tot zonbeschenen droge gronden. Hij stelt heel geringe eisen aan bodem en klimaat en woekert overal waar maar een plekje vrij is.
  • Naast de wilde lijsterbes zijn er nog meer dan 100 andere soorten lijsterbessen. In arboretum Belmonte te Wageningen bevindt zich de de grootste verzameling van Nederland.
  • Uit oogpunt van biodiversiteit is de het aanplanten van wilde lijsterbessen een goede keuze. Lijsters, merels, spreeuwen, vliegen, motten, bladwespen, (solitaire) bijen en hommels zullen het waarderen.
  • De wilde lijsterbes werd vroeger als lokaas gebruikt bij de volgelvangst. Het Latijnse aucuparia verwijst daar nog naar. Aucuparia is afgeleid van aucupor: op vogelvangst gaan.

Locatie: overal in Hellendoorn, maar ook aan de Lage Esweg in Nijverdal
Coördinaten: 52.350503, 6.463635

Bron:
Flora van Nederland
Bomenstichting, de lijsterbes

Natuurherstel Sallandse Heuvelrug: de mens wikt, de natuur beschikt

Vandaag las ik in de krant: ‘Al Gods scheppingen, daarover zijn de wetenschappers het eens, zijn het geperfectioneerde resultaat van aanpassing aan omstandigheden en keiharde competitie op leven en dood.
‘Dat zie je er niet van af, maar dat geldt ook voor de wilde lijsterbes’, dacht ik een paar uur later. Tijdens mijn dagelijkse coronawandeling kwam ik langs een paar grote wilde lijsterbessen en honderden pas opgeschoten jonge exemplaren van deze struik. Een prachtige les in echt natuurherstel. Die competitie gaat Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten niet winnen. De natuur regelt al miljoenen jaren op eigen wijze hun herstel. Daar hebben ze de natuurorganisaties niet voor nodig. Natuurherstel door natuurorganisaties (een eufemisme voor rigoureuze kap van bomen en natuurverwoesting) is tijdelijk en is herstel naar mensenwensen. Meestal werkt de natuur niet mee en worden de doelen dus niet gehaald en ……

Lof van het onkruid
Godlof dat onkruid niet vergaat.
Het nestelt zich in spleet en steen,
breekt door beton en asfalt heen,
bevolkt de voegen van de straat.

Achter de stoomwals valt weer zaad:
de bereklauw grijpt om zich heen.
En waar een bom zijn trechter slaat
is straks de distel algemeen.

Als hebzucht alles heeft geslecht
straalt het klein hoefblad op de vaalt
en wordt door brandnetels vertaald:

‘gij die miljoenen hebt ontrecht:
zij kòmen – uw berekening faalt.’
Het onkruid wint het laatst gevecht.
(Ida Gerhardt, Vijf vuurstenen)