De Japanse parasolden Sciadopitys Verticilata

Japanse parasolden (Sciadopitys verticilata) (Foto: Marinus Rouweler)

In het grasveld langs het fietspad aan de Ninabelaan schuin tegenover de ingang van de begraafplaats staat een kleine, maar bijzondere conifeer; de Japanse parasolden. De naam is misleidend; het is geen den. Men noemt hem waarschijnlijk zo, omdat naaldhoutbomen nu eenmaal vaak ‘dennetjes’ worden genoemd.

Bijzonderheden

  • De Japanse parasolden is geen den, geen spar; hij vertegenwoordigt een op zichzelf staande groep en heeft geen naaste verwanten.
  • De Japanse parasolden hoort van nature thuis in de bergen van de Japanse eilanden Honshu, Shikoku en Kyushu. Sciodcpitys.
  • De boom werd reeds in 1773 door de Zweedse botanicus Thunberg op zijn Japanse reis gevonden; hij dacht, dat het een Taxus was. Het duurde nog tot 1859, voordat Dr. von Siebold zaden naar Leiden stuurde. Bomen, opgekweekt uit die zaden, zijn hier en daar nog in leven.
  • Evolutionair gezien is het geslacht heel oud, net als het geslacht Ginkgo. Hij is bekend van fossielen uit het Trias, zo’n 230 miljoen jaar geleden.
Takje van Japanse parasolden (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
In het grasveld langs het fietspad aan de Ninaberlaan, schuin tegenover de ingang van de begraafplaats.
Coördinaten: 52.381793,6.452233

Bron:
Blijdenstein Nieuws 30, januari 2013

Geplaatst: 2019-04-27

De Huntingdon-iep (Ulmus hollandica ‘ Vegeta’

Twee Huntingdon-iepen (Foto: Marinus Rouweler)

In 2017 was ik begin mei in Amsterdam en maakte daar mee dat een groot aantal van de 75.000 iepen hun zaadjes lieten vallen. Overal kwamen ze als iepenconfetti naar beneden. Later hoorde ik dat dit fenomeen ook wel ‘lentesneeuw’ wordt genoemd.
Ik moest hier aan denken toen ik erachter kwam dat er op de begraafplaats aan de Ninaberlaan ook twee grote Huntingdon-iepen staan. Wanneer je na de ingang het eerste pad links inslaat, vind je ze aan je rechterhand.
In het voorjaar is er aan de iep veel te beleven. In februari vindt de bloei plaats en nog voordat de blaadjes verschijnen, kleuren de takken groen van de vruchtjes. De heldere kleur verandert langzaam naar lichtgroen en dan op een dag in mei komen tienduizenden zaadjes naar beneden dwarrelen; de lentesneeuw. Daarna kleurt de boom weer groen, maar dan van de blaadjes.

Bijzonderheden:

  • Het blad van de iep heeft een ongelijke bladvoet.
  • Door de iepziekte is de iep in sommige streken zeldzaam geworden. Tijdens de iepziekte-epidemie worden de iepen aangetast door een schimmel. Deze wordt verspreid door iepenspintkevers. De sterfte van de iepen begon in 1918. Honderdduizenden iepen moesten worden gekapt. Een tweede golf vond plaats in de 60-er en 70-er jaren. Nu vond de aantasting plaats door een afwijkende vorm van de schimmel. Ook nu weer vond er een kaalslag plaats. Door veredeling, nieuwe variëteiten én regelmatige controle is de ziekte nu onder controle.
  • Dit jaar (2019) is er sprake van een overdadige vruchtzetting. In de voorzomer van 2018 bepaalde de boom of de knoppen zouden uitgroeien tot bladknop of bloemknop. Het weer speelt daarbij een belangrijke rol. Deskundigen hebben de indruk dat de warme en droge junimaand van 2018 heeft geleid tot meer bloemknoppen dan bladknoppen. Dat zorgt ook voor een relatief kalere kroon in de zomer.
  • Deze twee iepen heten Huntingdon-iepen omdat het nakomelingen zijn van een nieuw soort dat als zaailing is ontdekt in een park in de buurt van de plaats Huntingdon in Engeland.

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan, na de ingang het eerste pad links aan de rechterkant
Coördinaten: 52.382002, 6.452684

Zaden iep (Foto: Marinus Rouweler)
Twee Huntigdon-iepen met een overdaad aan zaadjes. (Foto: Marinus Rouweler)

Bron:
H.M. Heybroek, L. Goudzwaard & H. Kaljee, Iep of olm. Karakterboom van de Lage Landen,2009, KNNV Uitgeverij, Zeist, ISBN 978-90-5011-281-9.

Geplaatst: 2019-04-26

Bos: Voor een dag van morgen

Zaterdag 30 maart 2019 trad Stef Bos op in het ZINiNtheater te Nijverdal. Zijn ouders hadden vroeger een juwelierswinkel in Veenendaal. De auteur Hans Andreus kwam daar regelmatig iets kopen. Stef Bos vertelde dat hij een keer een boekje uit de ‘Meester Pompelmoes-serie’ van hem cadeau kreeg. Daarna droeg Stef het gedicht ‘Voor een dag van morgen” van Hans Andreus voor.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus
Uit: Al ben ik een reiziger
Uitgeverij Holland 1959

Geplaatst: 2019-04-04

Gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia langs de F35 aan de noordzijde van het station Nijveral

De bouw van de tunnel in Nijverdal ging ten koste van de gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia) langs de Piet Heinweg.
Nadat het tunnelplan gerealiseerd was, zijn er in 2015 zeventien nieuwe exemplaren aangeplant langs de F35 (fietssnelweg) aan de noordzijde van het station.
De gewone vleugelnoot is geen inheemse boom. Deze bomen kwamen oorspronkelijk alleen voor in de Kaukasus en in Iran, Noord-Irak en Turkije. In deze gebieden groeit de gewone vleugelnoot van nature langs rivieren, wat aangeeft dat de boom van een vochtige, vruchtbare bodem houdt. In Nederland wordt de gewone vleugelnoot vaak aangeplant om parken, pleinen en lanen te verfraaien.

Volgens de boeken zijn de eerste zaden van de gewone vleugelnoot in 1782 ingevoerd. Ik vraag men altijd af hoe men dit zo zeker weet. Een feit is echter dat er anno 2002 een aantal monumentale Gewone vleugelnoten in Europa aantreft, waarvan men de ouderdom op zo’n 200 jaar schat. Om de dikste gewone vleugelnoot van Nederland te bekijken moet je naar Middelburg gaan. In de voormalige kruidentuin van de Weesschool vind je er een met een stamomtrek van 780 cm.

Bijzonderheden:

  • De gewonde vleugelnoot vormt een dicht bladerdak op een relatief korte stam. De schors heeft een gegroefd uiterlijk met opvallende lange gevlochten banden. Verder kenmerkt de boom zich door de vorming van worteluitlopers. Her en der verschijnen dan kleine ‘boompjes’ op de worteluitlopers. Jonge gewone vleugelnoten zijn vorstgevoelig, maar hoe ouder ze zijn, hoe winterharder ze worden
  • De gewone vleugelnoot heeft geen knopschubben om de knoppen. De knoppen zijn naakt en worden licht beschermd door een dichte tooi van bruine sterharen. Ze zijn in de winter al te zien. Je kunt dan ook goed zien waar de afgevallen bladeren gezeten hebben. Net als bij de paardenkastanjes zijn er grote bladlittekens te bewonderen.
  • De mannelijke en vrouwelijke bloemen verschijnen rond april, mei aan dezelfde boom. De vrouwelijke katjes zijn soms wel 30 cm lang, de mannelijke zijn korter. Aan de vrouwelijke katjes groeien de sierlijke vruchtjes. De vrouwelijke bloempjes zijn in mei goed te bekijken. Ze zitten aan dunne slierten. Ze zijn klein en groen met twee witte of lichtrode stempeltjes. Uit de bloempjes groeien de vruchtjes, die de grootte hebben van erwt. Ze zijn niet eetbaar. Ze zijn voorzien van twee vleugeltjes. De vleugeltjes maken het mogelijk om wat verder van de boom weg te dwarrelen. De gewone vleugelnoot heeft zijn naam te danken aan “die nootjes”.
  • Bij de eerste aanblik vond ik bladeren van de gewone vleugelnoot veel op die van es lijken. Dat bleek zo gek nog niet te zijn fraxinifolia betekent esachtig blad. De bladeren van de gewone vleugelnoot zijn echter grover en langer: wel 20 tot 65 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15   23 aantal blaadjes. Het is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.  De gewone vleugelnoot is een bladverliezende boom met lange bladeren; wel 20 tot 60 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15 – 23 aantal bladparen. Het blad is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.

Locatie:
Achter het station tussen de eerste fietsbrug over de tunnel en de Van der Muelenweg
Coördinaten: 52.366650, 6.462203

Bron:Graaff de, Gerrit, ‘Monumentale bomen in Nederland, Amsterdam, Uitgeverij Boom, 1991

Geplaatst: 2019-04-04