De reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’

Bijzonderheden:

In een van mijn naslagwerken las ik dat de reuzenlevensboom een echte ‘begraafplaatsboom’ is. Op de gemeentelijke begraafplaats aan de Ninaberlaan hoef je niet lang naar deze boom te zoeken. Na de ingang staat rechts aan het pad een volwassen reuzenlevensboom.

Naambordje bij boom (Foto: Marinus Rouweler)

Bijzonderheden:

  • In het midden van de 19de eeuw werd de reuzenlevensboom in Noord-Amerika ontdekt door plantenverzamelaar William Lobb. Het verzamelde zaad nam hij mee naar Engeland. De boom raakte in de mode bij landgoedeigenaren.
  • De boom op de begraafplaats is er in 1918 geplant en is inmiddels dus al meer dan 100 jaar oud.
  • De reuzenlevensboom heeft glanzende, donkergroene schubachtige bladeren die dakpansgewijs op de takken liggen en van onder wittig zijn.
  • De soortnaam ‘Zebrina’ dankt de boom aan het gestreepte patroon op de bovenzijde van de twijgen.
  • Mensen schreven de Thuja plicatan een grote kracht toe en dachten dat je iets van die krachten kon ontvangen door met je rug tegen zo’n boom te gaan staan.
  • De reuzenlevensboom staat bekend om zijn sterke, prettige geur na kneuzing.
  • De reuzenlevensboom levert licht en duurzaam hout waaronder oranjebruin kernhout. Dit staat bekend als western red cedar en wordt veel gebruikt voor palen en schuttingen.
Een ‘zebra-patroon’
Reuzenlevensboom (Thuja plicata ‘Zebrina’) (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
op de gemeentelijke begraafplaats Hellendoorn, Ninaberlaan 34
Coördinaten: 52.381783,6.453056

Bronnen:
https://www.botanischetuinen.nl/planten/plant/1639/thuja-plicata/

De Japanse parasolden Sciadopitys Verticilata

Japanse parasolden (Sciadopitys verticilata) (Foto: Marinus Rouweler)

In het grasveld langs het fietspad aan de Ninabelaan schuin tegenover de ingang van de begraafplaats staat een kleine, maar bijzondere conifeer; de Japanse parasolden. De naam is misleidend; het is geen den. Men noemt hem waarschijnlijk zo, omdat naaldhoutbomen nu eenmaal vaak ‘dennetjes’ worden genoemd.

Bijzonderheden

  • De Japanse parasolden is geen den, geen spar; hij vertegenwoordigt een op zichzelf staande groep en heeft geen naaste verwanten.
  • De Japanse parasolden hoort van nature thuis in de bergen van de Japanse eilanden Honshu, Shikoku en Kyushu. Sciodcpitys.
  • De boom werd reeds in 1773 door de Zweedse botanicus Thunberg op zijn Japanse reis gevonden; hij dacht, dat het een Taxus was. Het duurde nog tot 1859, voordat Dr. von Siebold zaden naar Leiden stuurde. Bomen, opgekweekt uit die zaden, zijn hier en daar nog in leven.
  • Evolutionair gezien is het geslacht heel oud, net als het geslacht Ginkgo. Hij is bekend van fossielen uit het Trias, zo’n 230 miljoen jaar geleden.
Takje van Japanse parasolden (Foto: Marinus Rouweler)

Locatie:
In het grasveld langs het fietspad aan de Ninaberlaan, schuin tegenover de ingang van de begraafplaats.
Coördinaten: 52.381793,6.452233

Bron:
Blijdenstein Nieuws 30, januari 2013

Geplaatst: 2019-04-27

De Huntingdon-iep (Ulmus hollandica ‘ Vegeta’

Twee Huntingdon-iepen (Foto: Marinus Rouweler)

In 2017 was ik begin mei in Amsterdam en maakte daar mee dat een groot aantal van de 75.000 iepen hun zaadjes lieten vallen. Overal kwamen ze als iepenconfetti naar beneden. Later hoorde ik dat dit fenomeen ook wel ‘lentesneeuw’ wordt genoemd.
Ik moest hier aan denken toen ik erachter kwam dat er op de begraafplaats aan de Ninaberlaan ook twee grote Huntingdon-iepen staan. Wanneer je na de ingang het eerste pad links inslaat, vind je ze aan je rechterhand.
In het voorjaar is er aan de iep veel te beleven. In februari vindt de bloei plaats en nog voordat de blaadjes verschijnen, kleuren de takken groen van de vruchtjes. De heldere kleur verandert langzaam naar lichtgroen en dan op een dag in mei komen tienduizenden zaadjes naar beneden dwarrelen; de lentesneeuw. Daarna kleurt de boom weer groen, maar dan van de blaadjes.

Bijzonderheden:

  • Het blad van de iep heeft een ongelijke bladvoet.
  • Door de iepziekte is de iep in sommige streken zeldzaam geworden. Tijdens de iepziekte-epidemie worden de iepen aangetast door een schimmel. Deze wordt verspreid door iepenspintkevers. De sterfte van de iepen begon in 1918. Honderdduizenden iepen moesten worden gekapt. Een tweede golf vond plaats in de 60-er en 70-er jaren. Nu vond de aantasting plaats door een afwijkende vorm van de schimmel. Ook nu weer vond er een kaalslag plaats. Door veredeling, nieuwe variëteiten én regelmatige controle is de ziekte nu onder controle.
  • Dit jaar (2019) is er sprake van een overdadige vruchtzetting. In de voorzomer van 2018 bepaalde de boom of de knoppen zouden uitgroeien tot bladknop of bloemknop. Het weer speelt daarbij een belangrijke rol. Deskundigen hebben de indruk dat de warme en droge junimaand van 2018 heeft geleid tot meer bloemknoppen dan bladknoppen. Dat zorgt ook voor een relatief kalere kroon in de zomer.
  • Deze twee iepen heten Huntingdon-iepen omdat het nakomelingen zijn van een nieuw soort dat als zaailing is ontdekt in een park in de buurt van de plaats Huntingdon in Engeland.

Locatie:
Op de begraafplaats aan de Ninaberlaan, na de ingang het eerste pad links aan de rechterkant
Coördinaten: 52.382002, 6.452684

Zaden iep (Foto: Marinus Rouweler)
Twee Huntigdon-iepen met een overdaad aan zaadjes. (Foto: Marinus Rouweler)

Bron:
H.M. Heybroek, L. Goudzwaard & H. Kaljee, Iep of olm. Karakterboom van de Lage Landen,2009, KNNV Uitgeverij, Zeist, ISBN 978-90-5011-281-9.

Geplaatst: 2019-04-26

Bos: Voor een dag van morgen

Zaterdag 30 maart 2019 trad Stef Bos op in het ZINiNtheater te Nijverdal. Zijn ouders hadden vroeger een juwelierswinkel in Veenendaal. De auteur Hans Andreus kwam daar regelmatig iets kopen. Stef Bos vertelde dat hij een keer een boekje uit de ‘Meester Pompelmoes-serie’ van hem cadeau kreeg. Daarna droeg Stef het gedicht ‘Voor een dag van morgen” van Hans Andreus voor.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens,
ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven dat
alleen maar een man
alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

Hans Andreus
Uit: Al ben ik een reiziger
Uitgeverij Holland 1959

Geplaatst: 2019-04-04

Gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia langs de F35 aan de noordzijde van het station Nijveral

De bouw van de tunnel in Nijverdal ging ten koste van de gewone vleugelnoten (Pterocarya fraxinifolia) langs de Piet Heinweg.
Nadat het tunnelplan gerealiseerd was, zijn er in 2015 zeventien nieuwe exemplaren aangeplant langs de F35 (fietssnelweg) aan de noordzijde van het station.
De gewone vleugelnoot is geen inheemse boom. Deze bomen kwamen oorspronkelijk alleen voor in de Kaukasus en in Iran, Noord-Irak en Turkije. In deze gebieden groeit de gewone vleugelnoot van nature langs rivieren, wat aangeeft dat de boom van een vochtige, vruchtbare bodem houdt. In Nederland wordt de gewone vleugelnoot vaak aangeplant om parken, pleinen en lanen te verfraaien.

Volgens de boeken zijn de eerste zaden van de gewone vleugelnoot in 1782 ingevoerd. Ik vraag men altijd af hoe men dit zo zeker weet. Een feit is echter dat er anno 2002 een aantal monumentale Gewone vleugelnoten in Europa aantreft, waarvan men de ouderdom op zo’n 200 jaar schat. Om de dikste gewone vleugelnoot van Nederland te bekijken moet je naar Middelburg gaan. In de voormalige kruidentuin van de Weesschool vind je er een met een stamomtrek van 780 cm.

Bijzonderheden:

  • De gewonde vleugelnoot vormt een dicht bladerdak op een relatief korte stam. De schors heeft een gegroefd uiterlijk met opvallende lange gevlochten banden. Verder kenmerkt de boom zich door de vorming van worteluitlopers. Her en der verschijnen dan kleine ‘boompjes’ op de worteluitlopers. Jonge gewone vleugelnoten zijn vorstgevoelig, maar hoe ouder ze zijn, hoe winterharder ze worden
  • De gewone vleugelnoot heeft geen knopschubben om de knoppen. De knoppen zijn naakt en worden licht beschermd door een dichte tooi van bruine sterharen. Ze zijn in de winter al te zien. Je kunt dan ook goed zien waar de afgevallen bladeren gezeten hebben. Net als bij de paardenkastanjes zijn er grote bladlittekens te bewonderen.
  • De mannelijke en vrouwelijke bloemen verschijnen rond april, mei aan dezelfde boom. De vrouwelijke katjes zijn soms wel 30 cm lang, de mannelijke zijn korter. Aan de vrouwelijke katjes groeien de sierlijke vruchtjes. De vrouwelijke bloempjes zijn in mei goed te bekijken. Ze zitten aan dunne slierten. Ze zijn klein en groen met twee witte of lichtrode stempeltjes. Uit de bloempjes groeien de vruchtjes, die de grootte hebben van erwt. Ze zijn niet eetbaar. Ze zijn voorzien van twee vleugeltjes. De vleugeltjes maken het mogelijk om wat verder van de boom weg te dwarrelen. De gewone vleugelnoot heeft zijn naam te danken aan “die nootjes”.
  • Bij de eerste aanblik vond ik bladeren van de gewone vleugelnoot veel op die van es lijken. Dat bleek zo gek nog niet te zijn fraxinifolia betekent esachtig blad. De bladeren van de gewone vleugelnoot zijn echter grover en langer: wel 20 tot 65 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15   23 aantal blaadjes. Het is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.  De gewone vleugelnoot is een bladverliezende boom met lange bladeren; wel 20 tot 60 cm lang. Het blad is samengesteld en bestaat uit een 15 – 23 aantal bladparen. Het blad is in de zomer donker olijfgroen, in de herfst goudgeel gekleurd.

Locatie:
Achter het station tussen de eerste fietsbrug over de tunnel en de Van der Muelenweg
Coördinaten: 52.366650, 6.462203

Bron:Graaff de, Gerrit, ‘Monumentale bomen in Nederland, Amsterdam, Uitgeverij Boom, 1991

Geplaatst: 2019-04-04

Mooi weer; levenbrengend water komt uit de lucht vallen.

Vandaag was het een regenachtige dag. Gisteren ook, ik moest bij de Chinees even wachten en toen werd er flink over het weer geklaagd. Ik deed niet mee, want ik houd van veel soorten weer; ik pas me gewoon aan. Wandelen in de regen is bijvoorbeeld erg leuk en daarna heerlijk koffiedrinken en de krant lezen. De waterschappen zijn ook heel blij met de regen. Op de hoge zandgronden in het oosten en zuiden van Nederland zijn de grondwaterstanden door de droogte van afgelopen zomer namelijk nog altijd erg laag. De vooruitzichten voor de komende periode zijn zo ongunstig dat de waterschappen verwachten dat er voor agrariërs het komend groeiseizoen minder water beschikbaar is dan normaal gesproken.
Jan Terlouw is ook gek op regen. ‘En de lente. Waar bloeien planten zo uitbundig als in Nederland? Ook weer dankzij de regen, dat fantastische fenomeen: levenbrengend water komt uit de lucht vallen. Wat zou ik het missen als ik in een tropisch land woonde.
Uit: Natuurlijk, Jan Terlouw

Amerikaanse linde (Tilia americana) aan de Grotestraatzijde van het Henri Dunantplein

Het huidige Henri Dunantplein was vroeger een park met allerlei bomen en struiken. Van al het groen is alleen de Amerikaans linde (Tilia americana) nog over. De boom staat er nu (2019-03-11) op de foto een beetje kaal bij, maar in de zomer is hij prachtig. Met mooi weer zitten er altijd wel mensen op de bankjes lekker in de schaduw te genieten van het leven. De boom is in 1960 geplant.

Bijzonderheden:

  • De Amerikaanse linde komt oorspronkelijk uit het oostelijke deel van Noord-Amerika en is vandaaruit via Engeland in cultuur gebracht. De boom staat daar bekend onder de naam basswood en beetree.
  • Basswood staat voor bast. De bewoners maakten vroeger van de bast touw, matten en manden.
  • Rond juli staat de boom in bloei. De bankzitters kunnen dan het gezoem van de bijen en hommels horen. Het is direct duidelijk waarom de boom in de VS ‘beetree’ heet.
  • Het hout is heel gewild. Het wordt onder andere gebruikt voor het maken van meubels, kasten, kratten, fineer, spaanplaat, houtpulp etc.
  • Het eironde blad is tussen 10 en 20 cm lang. De bladvoet is scheef en de bladtop is plotseling toegespitst.
  • De geurige bloemen zijn lichtgeel van kleur en ze staan in tuilen. De vruchten zijn rond, grijs en viltachtig behaard.

Locatie:
De boom staat aan de Grotestraatzijde van het Henri Dunatplein.
Coördinaten: 52.365116,6.461160

Bron:
Goudzwaard, Leo, ‘Loofbomen in Nederland en Vlaanderen, Zeist, KNNV Uitgeverij


Coördinaten:
Bronnen:

Zwarte dennen/Oostenrijkse dennen (Pinus nigra subs. nigra) aan de Meester Tijhuisweg

Drie van de zeven zwarte dennen

Woensdag 20 maart 2013 hebben leerlingen van de groep acht van basisschool De Rietslenke zeven zwarte dennen (Pinus nigra subsp. nigra) geplant aan de noordkant (bij de bushaltes) van het NS-station in Nijverdal.
De Pinus nigra subs. nigra die ook wel Oostenrijkse den wordt genoemd , komt van nature voor in Oostenrijk, Midden-Italië en de Balkan. Deze den is goed bestand tegen de zeewind en is om die reden veel aangeplant in de kustgebieden. Hij stelt weinig eisen aan de bodem.

Bijzonderheden

  • Ook op andere plekken in de gemeente HelHellendoorn zijn zwarte dennen te bewonderen:
    • in 2011 zijn er zes geplant bij ‘Het Ravijn’;
    • In 2009 zijn er vier geplant op het Kuperserf.
  • De boom heeft een opvallende piramide-achtige vorm.
  • De donkergroen naalden van de boom staan min of meer loodrecht van de twijgen af en worden niet langer dan 10 cm. Ze zijn stijf, gebogen en prikkend.
  • De boom is , vanwege het feit dat de naalden het hele jaar aan de boom blijven, een zeer effectieve afvanger van fijnstof.
  • Een nadeel van deze ‘evergreens’ is dat ze het hele jaar water aan de bodem onttrekken, zodat de grond onder de dennen eerder verdroogt.
  • De boom is rond 1835 in cultuur gebracht en in 1869 grootschaling aangeplant bij de bosaanleg in de duinen bij Schoorl en Wassenaar
  • In ‘Groei en Bloei” januari 1971 las ik, dat konijnen op hun manier van zwarte-/Oostenrijkse dennen houden. Jonge exemplaren moeten daarom met een gaasje tegen aanwezige konijnen beschermd worden.

Locatie:
De Meester Tijhuisstraat in Nijverdal
coördinaten: 52.367050,6.461903

Bron:
Klinkspoor, TH. H. (1972). Bomenboek. Nederland: Kosmos.

Perzisch IJzerhoutbomen (Parrotia persica ‘bella’) aan de Zonnebloemstraat

Toen ik in februari 2019 in de Zonnebloemstraat liep, zag ik een aantal bomen met bijzondere bloempjes op de takken.
Het blijken Perzisch IJzerhoutbomen te zijn en wel de cultivar ‘bella’.
De naam van de boom verwijst naar de Duitse natuuronderzoeker Friedrich Parrot. Deze ontdekkingsreiziger beklom in 1829 de berg Arat, waar volgens de geschriften de Ark van Noach zou zijn gestrand. Rond diezelfde tijd ontdekte de Rus Carl van Meyer tijdens zijn treltocht door de Kaukasus een nog onbekende boom. Als eerbetoon aan Parrot doopte Von Meyer de boom ‘Parrotia persica’

Bijzonderheden

Parrotia persica ‘bella’ herfstkleuren Afb. Ten Hoven Bomen
  • Rond februari verschijnen er aan op de kale takken bloempjes met rode meeldraden. Ze lijken wel een beetje op de bloempjes van de toverhazelaar. Dat is niet toevallig, want de bomen zijn verwant aan elkaar.
  • De jonge blaadjes zijn eerst wijnrood van kleur en verolgens worden ze groen. In de herfst zijn de bladeren het mooist. De kleurschakering is dan heel groot, van knalgeel tot paarsrood. De boom staat figuurlijk in vuur en vlam.
  • De Parrotia’s persica ‘bella’ zijn aangeplant omdat ze bekend staan als goede straatbomen: grote sierwaarde en weinig overlast.
  • Een van de oudste ijzerhoutbomen staat in het Westerpark in Amsterdam. Dit park is in 1891 aangelegd. Uit die tijd dateert ook de parrotia.
  • In het hout van de Parrotia is geen kleurverschil tussen kern- en spinthout te onderscheiden; beide zijn vuilwit van kleur. Waarschijnlijk heeft de boom daar de naam ‘ijzerhout’ aan te danken.

Locatie:
De Zonnebloemstraat in Nijverdal
Coördinaten: 52.361249,6.462869

Bron:

  • Bomencatalogus Bomenmuseum Wateringse Veld
  • Fontaine, F.J., 1998 Park- en Laanbomen, BoomSpiegel 14, Haaren